Kan het nog Tsjechischer?

Het jaar 1884 was een onrustig jaar voor de Tsjechen.  Er waren veel uitingen van nationalisme, dat zich richtte zich zowel tegen de Oostenrijkse overheersing als tegen de daarmee gepaard gaande onderdrukking van de Tsjechische taal en cultuur.
Vooral in het culturele leven speelde dat nationalisme een grote rol. De sociale situatie was zeer gespannen. Er waren veel demonstraties en overal waren er patriottische vrijheidsuitingen. De Oostenrijkers hadden een hele serie maatregelen getroffen om de situatie in de hand te houden. Een van die maatregelen was dat zelfs het zingen van liederen Tsjechische  liederen verboden was …

De Engelse uitgever Littleton had Dvořák gevraagd voor het Leeds festival een oratorium te schrijven. Dvořák componeerde voor die opdracht zijn oratorium ‘Svatá Ludmila’ voor solisten, koor en orkest, tussen september 1885 tot mei 1886 op een ​​tekst van de Tsjechische schrijver en vertaler Jaroslav Vrchlický.  In dit oratorium met een op het eerste oog religieus onderwerp (de heilige Ludmila) zou je een religieuze behandeling van het thema verwachten. Maar soms bedriegt ‘het eerste oog’ ons. Hoewel Dvořák veel religieuze werken heeft geschreven, gebruikte hij voor deze opdracht typisch Tsjechische en Slavische thema’s. Zo kreeg het werk een nationaal in plaats van religieus karakter. Het oratorium was een reactie op de onlusten uit 1884. Het is zonneklaar dat Dvořák de nationale beweging wilde ondersteunen wat hij duidelijk te kennen gaf in een van zijn brieven aan Simrock zijn Duitse uitgever: “… een kunstenaar ook een land waarvoor hij moet vast geloof en een vurige hart hebben.”

Niet alleen uit de themakeuze en de koor-scènes, maar vooral ook door het gebruik van de koraalmelodie: “Hospodine, pomiluj ny” (Machtige Heer, ontferm U over ons) heeft Dvořák heel subtiel nationale karakter van het stuk duidelijk gemaakt. Het gebruik van deze koraal is in mijn opvatting  een fenomenale vondst van Dvořák geweest om vooral het Tsjechische karakter van dit oratorium uit te drukken. Dvořák componeerde deze koraal op basis van de eerste Tsjechische troop “Hospodine, pomiluj ny”, die dateert uit ongeveer de elfde eeuw. In de vroeg middeleeuwse kerkmuziek werden door componisten weliswaar mooie, maar soms zeer ingewikkelde melodieën met heel moeilijk te zingen intervallen gecomponeerd op religieuze teksten. Het probleem van deze liederen was echter dat de gewone monniken en priesters vaak het latijn niet begrepen en ook muzikaal ongeschoold waren. Door het gebrek aan muzikale scholing konden de monniken de lastige muzikale intervallen niet zingen. Daarom ontstonden eenvoudig te zingen ‘deuntjes’ op de bestaande religieuze tekst.. Die eenvoudige ‘deuntjes’ bleken vaak oeroude volksliedjes te zijn. (Sterker nog, heel vaak zijn die melodietjes (ruige) soldatenliederen gebruikt). Zo’n deuntje met een religieuze tekst is een troop.  Zo’n troop was dus een op oud volkslied gebaseerde religieuze melodie. Ook de Latijnse tekst werd soms in de loop van de jaren vervangen door een tekst in de nationale taal. De troop “Hospodine, pomiluj ny” is dus niet alleen het eerste Tsjechisch geschreven religieuze lied, maar de melodie bij die tekst is hoogstwaarschijnlijk gebaseerd op een  heel  oud Tsjechisch volksliedje. ‘Kan het nog Tsjechischer?’ moet Dvořák gedacht hebben  bij het gebruiken van deze troop in zijn oratorium, in een tijd dat nu juist het zingen van Tsjechische liederen door de Oostenrijkers verboden was.

Het gebruik van die troop voor zijn koraal kwam waarschijnlijk niet zo maar uit de lucht vallen. Hij heeft daar over nagedacht zoals hij veel later, in 1893, verklaarde in een pleidooi voor volksmuziek ergens in Amerika: ‘Alle grote musici componeren vanuit de liederen van het eenvoudige volk. Zelf heb ik me beziggehouden met de nagenoeg vergeten melodieën van de Tsjechische boeren en ik vond daarin de richting voor de meest serieuze werken. Slechts op deze wijze kan de kunstenaar zijn ware gevoel en het karakter van het volk tot uitdrukking brengen.”

Ook verder in het oratorium zijn heel duidelijk aanwijzingen te vinden voor Dvořák’s steun voor de nationale zaak. Zo zijn de verzen van het libretto gebaseerd op historische feiten uit de Tsjechische geschiedenis. Prins Rastislav van Groot-Moravië vroeg de broers Cyrillus en Methodius van Thessalonica het christendom te verspreiden in zijn land. In 863 brachten zij het glagolitische alfabet. Gedurende deze tijd kwam Groot Moravië onder de invloed van het Byzantijnse Rijk. Later verspreidde deze culturele en politieke invloed zich ook voor Bohemen en in 874 werden Borivoj I, hertog van Bohemen en zijn vrouw Saint Ludmila gedoopt.

Het verhaal van het libretto speelt zich af aan het begin van dit tijdperk. De kluizenaar Ivan aanvaardt de taak van het zendingswerk,  met zijn welsprekendheid Ludmila te winnen voor het christendom.  Ludmilla ontmoet en trouwt uiteindelijk Prins Borivoj, die is gedoopt. Het libretto bestaat uit drie delen. De situatie in het eerste deel is gespannen als Ivan komt in conflict met de heidenen. Ludmila komt tussenbeide. In het tweede deel laat Dvořák al zijn talent voor melodie zien en zijn vermogen om gevoelens van liefde in muziek te uiten. De finale is feestelijk en pompeus met een verklaring in de koraal “Hospodine, pomiluj ny”

Inderdaad, Tsjechischer dan deze koraal kan muziek haast niet zijn.

Arend Steunenberg

Achtergrond literatuur en bronnen
Döge, Klaus
z.j. …über den wird noch viel geredet werden”. Ein Einblick in die neuere Dvořák -Literatur. http://www.gko.uni-leipzig.de/fileadmin/user_upload/musikwissenschaft/pdf_allgemein/arbeitsgemeinschaft/heft1/0118_doege.pdf

Hamburg, Otto
1991, Muziekgeschiedenis in voorbeelden. Utrecht: uitgeverij het Spectrum, achtste druk

Havermans, M.
2001, Geschiedenis van Tsjechië. http://tsjechie.tripod.com/Geschiedenis.htm

Schumann akademie
z.j., Muziekgeschiedenis.  z,pl.

Wikipedia,
Saint Ludmila (oratiorio).http://en.wikipedia.org/wiki/Saint_Ludmila_(oratorio)

Wikipedia,
Antonín Dvořák. http://de.wikipedia.org/wiki/Anton%C3%ADn_Dvořák

Willemze, Theo,
1995, Spectrum Muzieklexicon. Utrecht: uitgeverij het Spectrum, vijfde bijgewerkte druk.

Willemze, Theo
1981, Componistenlexicon. Utrecht/Antwerpen: uitgeverij het Spectrum, eerste druk

Willemze, Theo
1999, Algemene Muziekleer.  Utrecht: uitgeverij het Spectrum, veertiende druk

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s