Wat is geschiedenis?

Omslag What is history?

De moderne geschiedschrijving verschilt van de oudere historici door de centrale rol van subjectiviteit en de andere opvattingen over causaliteit en progressie. Over het algemeen kan worden gezegd dat geschiedenis steeds wetenschappelijker is geworden. Een belangrijke rol hierin is weggelegd voor E.H. Carr, die in 1961 in een serie lezingen, gepubliceerd als What is history? aan de universiteit van Cambridge een overzicht gaf van de geschiedtheorie. Dit boek is sinds de jaren zestig een van de meest invloedrijke geschiedtheorieën geweest. Bij sommige van de opvattingen in het boek zijn echter flinke kanttekeningen te plaatsen.

De subjectiviteit van bronnen speelt al lang een rol in de geschiedtheorie. Al sinds Herodotus, de vader van de Westerse geschiedschrijving, erkent men dat bronnen vanuit een bepaald perspectief zijn geschreven, en dat men hier rekening mee dient te houden in het maken van je conclusies. Men hield altijd echter vol dat het wel degelijk mogelijk was om desondanks tot een waarheidsgetrouwe weergave van het verleden te komen. Dat is ook de gedachte van de Duitse historicus Ranke, als hij zegt dat het doel van de geschiedenis is om te achterhalen “wie es eigentlich gewesten ist.”1 Hier verschilt Carr radicaal van mening met de historici voor hem. Er bestaan geen historische feiten, aldus Carr, want zowel de interpretatie van de feiten zelf als de keuzes tussen uit de vele gebeurtenissen in het verleden die men wel en niet vermeld zijn subjectief. En het is niet alleen de bronnen waarop men zich baseert die bevooroordeeld zijn, maar ook de historicus zelf.

Deze subjectiviteit van de geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met Carr’s opvatting over de rol van het individu in de maatschappij: deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. “Every human being at every stage of history of pre-history is born into a society and from his earliest years is moulded by that society.”2 Hieruit volgt dat de geschriften van een historicus voor een belangrijk gedeelte worden bepaald door de tijd en de plaats waar hij leeft.

Als Carr met zijn argumentatie eenmaal op deze plek is gearriveerd is het heel makkelijk om door te gaan tot dat er geen enkele objectiviteit overblijft in de geschiedenis en elke ambitie in die richting moet worden opgegeven. Zijn populariteit komt er echter uit voort dat hij dit niet doet, maar toch denkt dat men door bewust te zijn van zijn eigen bevooroordeeldheid in de buurt kan komen van een zekere objectiviteit.3

Tot zover het gedeelte van zijn geschiedtheorie die nog steeds populair is. Gedateerder is Carrs gedachten over progressie in de geschiedenis. Hij neemt afstand van de aloude visie dat geschiedenis zich beweegt in de richting van een bepaald hoger doel, of zich in vaste stadia ontwikkeld. In plaats van compleet af te doen met het idee van progressie blijft Carr hier echter aan vast houden. Hij houdt geloof dat de mensheid zich langzaam maar zeker wel ontwikkeld, in de richting van een doel dat hij niet kan noemen.4

Op deze en enkele andere kleine punten valt wel te zien dat Carr later marxistische geschiedenis gaat schrijven. Dat moet echter niet in de weg staan van zijn reputatie op het belangrijkste gebied in zijn theorieën, op het gebied van de subjectiviteit.


  1. Lloyd Kramer en Sarah C. Maza ed., A companion to Western historical thought (Londen 2006).
  2. Edward Hallett Carr, What is history?, (3e druk, Middlesex 1967) 31.
  3. Alun Munslow, Deconstructing history (Londen 2006), 91.
  4. Carr, What is history?, 118-119.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s