De hervormingen onder Alexander ll (1855-1881)

Alexander ll was de zoon van Tsar Nicolas I, 1825 – 1855. Deze voelde zich als een goede Romanov voor alles een militair. Het leger stond voor hem model voor de maatschappij en het is dan ook opmerkelijk dat het familie beraad als de voornaamste opvoeder van de jonge Alexander de dichter Vassily Andreyevich Zhykovsky benoemt. Overigens wordt het militaire element in de opvoeding ingebracht door Karl Karlovich Merder, een legerkapitein. Wellicht dat de invloed van Zhykovsky de basis is geweest voor het latere hervormingsgedrag van Alexander II. Hij voedde Alexander op in het christelijk gedachtengoed van compassie en mededogen. Dat hij dit gedachtengoed niet zou verliezen blijkt wel als hij later in zijn leven de naar Siberië verbannen Dekabristen gratie verleent.

Als Alexander II aan de macht komt is het land in een deplorabele staat. Zijn vader was een heilige oorlog gestart om de “Slaven” van het Turkse moslim juk te bevrijden. De bewapening van het leger was slecht en de infrastructuur inadequaat om langdurig op grote afstand oorlog te voeren. Hij realiseert zich dat de oorlog niet te winnen valt en tekent de vrede met het verdrag van Parijs (1856). Overigens begint hij kort daarna weer een oorlog in de Kaukasus.

In kringen aan het hof gonst het inmiddels van de geruchten dat Alexander het lijfeigenschap wenste af te schaffen. Dit was al eerder onder Nicolaas l aan de orde geweest. Het lijfeigenschap was als het ware het cement van de Russische samenleving en afschaffing daarvan zou het land in de ogen van de adel in elkaar laten storten en mogelijk tot een boerenopstand leiden. “Maar de angst, dat als het niet van boven wordt gegeven, het van onderen af wordt genomen”, (Edvard Radzinsky, Alexander ll) doet Alexander besluiten zijn plannen door te zetten. Op 19 februari 1861 ondertekent hij het manifest dat de lijfeigenschap zal afschaffen. Het zal Alexander de bijnaam “de bevrijder” opleveren. De grondeigenaren behouden minstens een derde van het land en het overige wordt verdeeld onder de boeren die hun landeigenaren hiervoor in de vorm van geld of goederen moeten compenseren. De dorpsgemeenschap blijft verantwoordelijk voor de aflossing voordat de boeren individueel aanspraak kunnen maken op “hun” land. De boeren die in dienst van de Romanovs (4%) of de staat (46%) werkten werden overigens op gunstigere voorwaarden behandeld.(Bezemer, blz 139) In plaats van het lijfeigenschap moest er nu een andere hiërarchische vorm gevonden worden ten einde chaos in het land te voorkomen. De dorpsgemeenschappen verenigen zich in “Volosten”. Dit boerenzelfbestuur werd door de staat gecontroleerd en die bepaalde uiteindelijk wat er moest worden afgedragen. Er komen locale rechtbanken die zich mogen buigen over kleine civiele zaken en het strafrecht. Naast deze kleine bestuurlijke veranderingen op het platteland begint de elite zich ook te roeren. Zij zijn gefragmenteerd en willen een institutionele vertegenwoordiging aan het hof. Er gaan geluiden op om een soort kabinet op te richten. Alexander is hier niet gevoelig voor. Wel staat hij de oprichting van zogenaamde “Zemvsto’s” in de provincie en Doema’s in de steden toe. Een vorm van zelfbestuur bestaande uit alle geledingen maar alles onder keizerlijk gezag.

In 1864 wordt weer een grote stap door Alexander gezet door de rechtspraak onafhankelijk te maken. Rechters worden voor het leven benoemd en voor strafzaken wordt de jury rechtspraak geïntroduceerd. De vrijheid en de openbaarheid van de rechtszaal zal de Romanovs op termijn nog duur komen te staan. Een nieuwe beroepsgroep van advocaten ontstaat en deze zal figuren als Kerenskii en Lenin voortbrengen met alle consequenties van dien.

Niet alleen in de rechtszaal komt er vrijheid maar ook de opheffing van de censuur zorgt voor een bredere discussie. Overigens is het overgrote deel van de bevolking op dit moment nog analfabeet zodat deze vrijheid zich beperkt tot de hogere kringen. Overigens geld deze censuur niet voor geschriften korter dan 160 pagina’s en mag de overheid alles verbieden wat staatsgevaarlijk is.

De bestrijding van het analfabetisme wordt onder meer aangepakt middels hervormingen in het leger. In 1874 wordt er een algemene dienstplicht in het leven geroepen. Tot nu toe leverden de lagere standen de soldaten. De diensttijd was vijfentwintig jaar. Er werd een zesjarige dienstplicht voor alle standen geïntroduceerd en naarmate de dienstplichtige meer onderwijs had genoten liep deze terug tot een half jaar (Bezemer,143). De taak van het leger was nu mede het alfabetiseren van de laagste rangen.

Alexander legde ook de basis voor de sterke economische groei in de jaren ’90 middels een versnelde uitbouw van het spoorwegnet. In 1860 waren er twee spoorlijnen in het Noorden. Tussen 1865 en 1875 legde hij vijftienduizend kilometer spoorlijn aan. (Bezemer, blz 154)

Ook in het onderwijs verandert veel. De universiteiten krijgen zelfbestuur en mogen hun eigen professoren benoemen. De voormalige lijfeigenen en vrouwen worden toegelaten, waarbij vrouwen geen graad mochten halen. De studenten is het echter verboden zich te verenigen. Ook de geestelijkheid wordt toegelaten tot de universiteit in de hoop de kwaliteit van de kerk te verbeteren. (Geoffrey Hoshking) Vanwege al deze veranderingen in de Russische samenleving kan deze periode wel beschouwd worden als de Russische Renaissance (Radzinsky, blz 152). Petr Boborykin benoemt de nieuwe klasse die zich kenmerkt door een zekere mate van oppositie ten opzichte van het regime als de “intelligentsia”. Merkwaardig genoeg heeft “Alexander de hervormer” geen interesse in intellectuelen en schrijvers die hij zelf als het ware had wakker gemaakt door zijn hervormingen.(Radzinsky, blz 165). De eerste aanslag op zijn leven en de beweging de “wil van het volk” die hem in 1879 ter dood veroordeeld openden zijn ogen niet voor het proces dat zich in Rusland aan het voltrekken was. In 1881 valt het doek voor Alexander en houdt “de wil van het volk” woord.

Bronnen:

Edward Radzinsky, Alexander ll, free press, New York 2005 Geoffry Hosking, Russia and the Russians, blz 285-317, cambridge Massachusetts 2001

J.W. Bezemer en Marc Jansen, Een geschiedenis van Rusland, blz 137-156, uitgeverij van Oorschot, Amsterdam 2010

Geoffrey Hosking, Russia and the Russians, blz 285-317, cambridge Massachussets 2001

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s