Alles is politiek in de Sovjet-Unie: Dimitry Shostakovich

Dmitri ShostakovichHet is een kenmerk van een totalitaire samenleving dat alles onderhevig is aan de politiek, zo ook in de Sovjet-Unie. Dit komt goed naar voren in de carrière van de componist Dimitry Shostakovich. Shostakovich is geboren in 1906 en heeft in tegenstelling tot de andere grote Russische componisten uit het begin van de twintigste eeuw, Stravinsky en Prokofiev, tsaristisch Rusland alleen als kind meegemaakt. Hij groeide op in een revolutionair St. Petersburg en had ook een zekere sympathie voor de revolutie. Zowel Stravinsky als Prokofiev hebben de Sovjet-Unie voor langere tijd verlaten om in het Westen te gaan wonen, maar Shostakovich heeft alleen korte reizen gemaakt naar het buitenland.1

In het vroege werk van Shostakovich is duidelijk een modernistische invloed te herkennen, al blijven er ook veel traditionele elementen in de composities. Hij gebruikt in zijn vroege symfonieën vaak industriële geluiden en machines en zijn sommige passages atonaal. Zijn 2e Symphonie bijvoorbeeld, bedoeld als een hommage aan de revolutie, lijkt in niets op traditionele Europese klassieke muziek. Het stuk begint chaotisch, maar uiteindelijk begint een koor te zingen, wat de revolutie symboliseert.2 Ook in andere genres schrijft Shostakovich in de jaren twintig geen traditionele muziek. Opera had altijd een hoge status gehad, en in de beginjaren van de Sovjet-Unie had het dit nog steeds. Zijn eerste opera, De neus, stond in alles buiten de traditie, zowel in de opbouw als in de muziek en libretto. De muziek was grotendeels atonaal, en het libretto grotendeels tekstloos.3

Het was ook met een opera dat de problemen voor Shostakovich begonnen. In 1930 begon Shostakovich met een opera naar Nikolaj Leskov’s Lady Macbeth uit het district Mtesnk over een moordlustige vrouw in de Russische provincie. Onder druk van het politieke klimaat is de muziek in deze opera traditioneler en wordt het verhaal geherinterpreteerd als een strijd tegen klassenvijanden. Maar het was niet genoeg voor de censuur. In 1936, twee jaar na het verschijnen van de opera, verscheen er een artikel in de Pravda die zijn opera veroordeelde. Stalin had de opera bekeken en vond de grote hoeveelheid seks en geweld maar niets. Deze aanvaring met de politiek deed Shostakovich vrezen voor zijn leven. Zijn 4e Symfonie die op het punt van publicatie stond werd snel teruggetrokken en vernietigd. Hij schreef hierna nooit meer een opera, maar concentreerde zich op muziekvormen die moeilijker als anti-revolutionair te benoemen waren. Zo schreef hij in deze periode veel filmmuziek en ook een 5e symfonie, die wel binnen het socialistisch-realisme viel.

Met de Duitse inval in de Sovjet-Unie veranderde er voor Shostakovich ook veel. Hij had altijd in Leningrad (St. Petersburg) gewoond, dat in 1941 en 1942 door de Duitsers was omsingeld. Voor lange tijd was er geen of slechts sporadische bevoorrading mogelijk. Bombardementen, honger en kou eisten hun tol en honderdduizenden kwamen om het leven. Tijdens en over het beleg schreef hij zijn 7e ‘Leningrad’ symfonie. De regering in Moskou zag het propaganda-potentieel van zijn symfonie en hij werd snel naar de hoofdstad gebracht.4 Tijdens de oorlog schreef Shostakovich nog twee andere symfonieën, waaronder dus een negende symfonie, een aantal dat sinds Beethoven een grote symboliek had gekregen.

Na de oorlog keert de censuur meteen weer terug, en begint een periode waarin Shostakovich nauwelijks nog muziek schrijft, slechts de soundtrack van films en enkele cantates. Voor de dood van Stalin schrijft hij nog maar twee serieuze werken, waaronder de 10e symfonie. Pas na Stalins dood in 1953 en de destalinisatie begint Shostakovich weer serieus met het componeren. In de periode van de dooi kunnen werken die ooit verboden waren weer worden gespeeld, waaronder ook Lady Macbeth, en kunnen er nieuwe stukken worden geschreven die onder Stalin nooit waren toegelaten. Het bekendste voorbeeld hiervan is Babi Yar, over de moord op de joden van Kiev door de Nazi’s.5

Zo kijkend op de gehele carrière van Shostakovich zijn goed de verschillende fases te zien in de Sovjet-politiek. In de jaren twintig heerst er nog een revolutionaire geest en worden de kunsten relatief vrij gehouden. Vanaf de jaren dertig daarentegen neemt de repressie op de kunst sterk toe onder het Stalinisme. Iedereen die niet voldoet aan de eisen wordt gecensureerd of erger. De Tweede Wereldoorlog is hiervan een onderbreking, als men alles op alles moet zetten om de oorlog te kunnen winnen en men iemand als Shostakovich goed kan gebruiken. Na de oorlog keert het stalinisme dan weer even terug, voordat vanaf eind jaren vijftig de dooi wordt ingezet en kunstenaars weer meer vrijheid krijgen.


  1. Nicholas Rzhevsky, The Cambridge companion to modern Russian culture (Cambridge: Cambridge University Press 2012) 273.
  2. Pauline Fairclough en David Fanning, ‘Introduction’, in: Pauline Fairclough en David Fanning eds., The Cambridge companion to Shostakovich (Cambridge: Cambridge University Press 2008).
  3. Rosamund Bartlett, ‘Shostakovich as an opera composer’, in: Pauline Fairclough en David Fanning eds., Cambridge companion to Shostakovich (Cambridge: Cambridge University Press 2008) 179–197, aldaar 185–186.
  4. Anna Reid, Leningrad: Tragedy of a City Under Siege, 1941-44 (Bloomsbury UK 2011) 358–359.
  5. Eric Roseberry, ‘Public service and integrity. The voice of the symphonist’, in: Pauline Fairclough en David Fanning eds., Cambridge companion to Shostakovich (Cambridge: Cambridge University Press 2008) 9–37, aldaar 27–33.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s