De erfenis van Prinses Izabela: het Czartoryskimuseum

De achttiende eeuw, de eeuw van de Verlichting, is in veel landen het begin geweest van musea voor het volk: het Louvre in Parijs werd door de revolutionairen een volksmuseum gemaakt en in Haarlem werd Teylers Museum door de rijke lakenfabrikant Pieter Teyler van der Hulst geopend om de kunst en wetenschap te bevorderen. Zo ook in Polen.

Prinses Izabela Czartoryska kan beschouwd worden als een echte Verlichte adellijke  dame. Ze omringde zich met intellectuelen en kunstenaars en hield salons in het Czartoryskipaleis in . In 1772 ontmoette ze in Parijs onder ander Jean-Jacques Rousseau, Voltaire en Benjamin Franklin.

Izabela, dochter van de belangrijke Pools-Litouwse staatsman Georg von Flemming en Antonina Czartoryska was getrouwd met troonkandidaat Adam Kazimierz Czartoryski. Hoewel deze in 1763 zijn koningschap had opgegeven ten behoeve van Stanisław Poniatowski mocht hij zich nog steeds prins van Polen noemen (ook na de eerste Poolse deling van , en Izabela hierdoor prinses.

Izabela was zeer intellectueel. Ze schreef, was maecenas van verschillende kunstenaars en verzamelde ook kunst. Deze verzameling leidde er toe dat ze in 1801 een museum opende in de tuin van het paleis in Puławy, in een speciaal daarvoor gebouwde tempel. Deze tempel bevatte onder andere Turkse oorlogsbuit die was meegenomen na de Slag om Wenen in 1683.

Toen in 1830 de Novemberopstand mislukte, waarin het Koninkrijk Polen in opstand kwam tegen Rusland onder leiding van Izabela’s zoon Adam Jerzy, nam deze de collectie van het museum mee naar Parijs. Hij had er zelf ook aan bijgedragen: onder andere Leonardo Da Vinci’s “Dame met hermelijn” en Rafaëls “Portret van een jonge man” had hij in Italië gekocht voor de collectie van zijn moeder. De collectie verbleef een tijdje in Parijs, en werd door Jerzy’s zoon Władysław naar Kraków gebracht, waar hij in 1878 het voormalig wapenarsenaal het huidige Czartoryskimuseum opende .

Het nieuwe museum was geen langdurig succes. Władysławs zoon werd de nieuwe beschermer van het museum, en toen hij in 1914 werd opgeroepen voor het Oostenrijkse Leger nam zijn vrouw Maria Ludwika Krasinska bijna de hele collectie mee naar Dresden vanwege haar verbinding met het Sakische vorstenhuis. Na een reeks omzwervingen van de verschillende kunstwerken sloot het museum definitief tijdens de Duitse bezetting in 1940. Veel kunstwerken kwamen in de persoonlijke kunstcollectie van Hitler in Linz terecht, andere kunstwerken werden door de Duitse gouverneur van Polen, Hans Frank, naar de Wawel gebracht: daar resideerde hij.
Tijdens het communistisch tijdperk werd het musuem heropend, maar met een veel kleinere collectie. Pas in 2003 had het museum de volledige collectie weer terug, zoals die was verzameld door Izabela, Jerzy en Władysław.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s