Het ei van Peter de Grote

Zurab Konstantines dze Tsereteli werd op 4 januari 1934 geboren te Tbilisi. Op dit moment is hij president van de Academie der Kunsten in St. Petersburg, maar hij staat vooral bekend vanwege zijn banden met de heersende macht en de projecten die daar volgens velen uit voortvloeien. En dan is er ook nog een controversieel gedenkmonument in New York.

 De voormalig burgemeester van Moskou, Yuri Luzkhov, heeft Tsereteli wel eens ‘een Michelangelo van onze tijd’ genoemd[1], maar deze mening wordt niet door iedereen gedeeld. Volgens velen is het werk van Tsereteli dusdanig lelijk dat het feit dat het wordt toegestaan in de publieke ruimte reden genoeg is om aan te nemen dat Tsereteli twijfelachtige banden met het bestuur van Moskou onderhoudt[2]. In februari 1997 hebben onder andere kunsthandelaren en burgergroeperingen een referendum gehouden of de twee bekendste (en zichtbare) werken van de kunstenaar wel of niet neergehaald moesten worden, namelijk dat van Peter de Grote en de ‘Russische Sprookjes’-installatie[3]. De inmiddels overleden schrijver Solzhenitsyn heeft weleens over Tsereteli’s werken gezegd dat ze ‘Moskou roekeloos misvormen’ en ‘massief en derderangs’ zijn. 

Ondanks alle kritiek heeft de inmiddels 88-jarige Tsereteli een behoorlijk indrukwekkend cv. Op zijn twintigste werd hij hoofd ontwerp en illustratie bij het Georgisch Instituut voor Geografie en in 1967 kreeg hij zijn eerste opdracht voor een publiek ontwerp. Midden jaren ’70 was Tsereteli een welbekend artiest binnen de Sovjet –Unie, in 1980 was hij Chief Architect voor de Olympische Spelen in Moskou en de lijst is nog veel langer. Niet te vergeten de kleine planeet die naar hem vernoemd is, ergens tussen Mars en Jupiter[4]. Maar naast vele prestaties zijn er binnen Tseretelis carrière tot dusver ook vele momenten geweest die behoorlijk ongemakkelijk te noemen zijn. In 1992 onthulde Luzkhov, vergezeld door Tsereteli, in Miami het beeld dat voorafging aan dat van Peter de Grote, namelijk van Christoffel Columbus. Dit zorgde voor nogal wat opwinding ter plaatste, aangezien Columbus überhaupt nooit in de buurt van Miami is geland, zijn invloed op de inheemse bevolking een beetje een pijnlijk onderwerp is en omdat het stuur waarmee hij werd afgebeeld in 1492 nog niet bestond[5]. Een andere versie van het beeld, ongeveer de helft kleiner, staat nu in Moskou en vertoont na een aantal aanpassingen wat meer gelijkenis met Peter de Grote.

                 Image 

Ook in de rest van de Verenigde Staten is het werk van Tsereteli vaak zonder veel enthousiasme onthaald. Er was veel onduidelijkheid over waar het monument ‘To the Struggle Against War on Terrorism’ moest komen in New York. Wegens geldgebrek heeft de kunstenaar het monument uiteindelijk zelf gefinancierd, men vermoedt dat het rond de twaalf miljoen dollar gekost moet hebben. Het beeld werd, ondanks de persoonlijke financiering, namens het Russische volk aan de stad gegeven. Volgens Tsereteli was 9/11 de aanleiding om het beeld te maken. Bij het zien van de beelden van de aanslagen verscheen er een traan in zijn ooghoek en die heeft als inspiratie voor het monument gediend. 

Het is moeilijk om te bepalen in hoeverre een kunstenaar vooral teert op zijn (politieke) relaties, aangezien het lastig is om te zeggen hoe goed of mooi zijn werk is, en dus hoe gerechtvaardigd zijn bekendheid. Daarnaast zijn connecties, hoe vervelend dit ook moge zijn, een deel van het kunstenaarschap. Bij Tsereteli ligt de kwestie misschien iets minder ingewikkeld aangezien hij er overduidelijk altijd een hechte vriendschap met Luzkov op na heeft gehouden, maar het is alsnog moeilijk om te oordelen over zijn kwaliteiten als kunstenaar Er kan in ieder geval worden vastgesteld dat Tsereteli wereldwijd bekend is, al was het maar vanwege de twijfelachtige esthetische waarde van zijn werk.

 


[1] Bruce Grant (2000), ‘States of Innocence’,  p. 333

[2] Bruce Grant (2000), ‘States of Innocence’,  p. 334

[3] Bruce Grant (2000), ‘States of Innocence’,  p. 334

[4] William Finnegan, ‘Monument’, New Yorker, Vol. 83, Issue 17

[5] Bruce Grant (2000), ‘States of Innocence’,  p. 344

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s