De utopie in andere films

In haar gastcollege op donderdag achttien september noemde Sudha Rajagopalan terloops dat Sovjetburgers in de tijd na Stalins dood in 1953 weliswaar toegestaan werd naar (buitenlandse) films te kijken, maar dat zij niet geacht werden filmhelden te vereren: ze moesten blijven kijken met kritische blik en zich realiseren dat films weinig te maken hadden met het echte, normale leven. Dit principe staat lijnrecht tegenover het idee dat burgers propagandamateriaal klakkeloos moesten overnemen, want een volk aansporen zowel kritisch als goedgelovig te zijn is lastig. In het volgende essay wordt onderzocht hoe het mogelijk is dat een overheid die eerst zo sterk werkte met propaganda in de entertainmentsector (neem as voorbeeld de film ‘The fall of Berlin’ uit 1950) en bovendien geen kritiek duldde, plotseling stelt dat films weinig tot niets te maken hebben met het echte leven en gevierde filmhelden zoals Stalin was in ‘the fall of Berlin’ niet bestaan in het echte leven en in hoeverre er überhaupt geloofd werd in het beeld van Stalin dat door op entertainment gerichte films aan het publiek gepresenteerd werd.

Om te begrijpen of het beeld van Stalin als grote held in de USSR geaccepteerd werd als een realiteit, is het belangrijk te analyseren in hoeverre de persoonlijkheidscultus rond Stalin verwerkt werd in andere media en of dit volledig serieus genomen werd. Stalin was (in ieder geval naar buiten toe) aanhanger van de opvoedingsdicatatuur (Van Ree, 2001) Sociale evenementen als debatten werden volledig gestuurd, er hingen overal beeltenissen van Stalin en de pers werd gestroomlijnd langs monolithische lijn. (Van Ree, 2001) Volgens Sarah Davies in haar rapport Opinions in Stalin’s Russia was er echter wel degelijk een autonome publieke opinie. Zij categoriseerde zowel zeer positieve als zere negatieve reacties op de dictator, waarvan vooral na de Tweede Wereldoorlog de positieve meningen zo ver gingen dat vermoed werd dat Stalin niets wist van de misstanden in het land, maar in plaats daarvan bedrogen werd door corrupte partijleden. Concluderend is het te stellen dat er we degelijk autonome en dus ook negatieve meningen waren over het politiek systeem maar dat de meningen over Stalin als persoon veelal positief waren en gehouden werden.

Rest de vraag hoe het mogelijk is dat er ineens aansporing kam om kritisch te zijn. Een goddelijke verering van de persoon Stalin werd niet aangemoedigd en zelfs veracht door de overheid, maar was er wel degelijk sprake van een persoonscultus (Youngblood, 1991) . Eind jaren twintig van de vorige eeuw waren er maar weinig filmscripts die voldeden aan de idealen van de sovjets, zo weinig zelfs dat er verscheidene conferenties en zelf een heel boek over verschenen. (Youngblood, 1991) Belangrijk is ook te stellen dat zeker in de jaren die volgden op deze congressen, de filmindustrie een gigantische groei ondervond. Burgers identificeerden zich met filmhelden en geloof in het communisme werd aangewakkerd. De rol van de filmindustrie was om te inspireren en te vormen (Federov, 2013) Na de Tweede wereldoorlog hadden soldaten een andere wereld gezien, het westen werd een voorbeeld en een streven, de vrouwen probeerden los te komen uit hun door traditie opgelegde rol en burgers waren moe en uitgehongerd. Logisch dus dat het geloof in een utopie daalde. Logisch ook dat de overheid eerst probeerde dit geloof weer aan te wakkeren door middel van de propaganda die eerst ook werkte (Youngblood, 1991).

Na de eerste, moeilijke naoorlogse jaren werd het beleid iets minder streng. De invloeden vanuit het westen konden niet meer tegengehouden worden, men werd kritischer en Stalin stierf. De publieke opinie was autonomer geworden. Films en utopieën vanuit andere gebieden werden beschikbaar voor het gewone volk (Rajagopalan, S) en vervingen voor een deel de utopie en de films van de communisten (Federov, 2013) en er was een volk dat getraind was te geloven in alle mooie verhalen die door middel van films en andere media verspreid werden. Het is een snelle conclusie, maar een overheid die haar macht wil bewaren kan in zo’n geval niets anders doen dan zorgen dat haar volk snel kritischer wordt, namelijk door te zeggen dat de meeste films maar fabeltjes zijn en dat helden niet bestaan. En hopen dat dat volk zich niet meer herinnert dat hen tien jaar geleden nog precies het tegenovergestelde verteld werd.

Bibliografie:

  1. Van Ree, E, 2001. Stalinistische propaganda: theorie, praktijk, resultaten. Leidschrift volume 16, 2001. Online via: http://dare.uva.nl/document/2/40362
  2.  Youngblood, D, 1991. The fate of sovjet popular culture during the Stalin revolution. Uit: D. R. Egan, M. A. Egan: Joseph Stalin: An Annotated Bibliography of English-Language Periodical Literature to 2005, 2007.
  3.  Federov, A, 2013. The Image of the West on the Soviet Screen in the Era of the “Cold War” Online via: http://299102.psyfact.web.hosting-test.net/t/European-Researcher-2013-N2-3.pdf
  4.  Rajagopalan, S, 2006,Emblematic of the Thaw: Early Hindi films in Soviet CinemasOnline via: http://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/14746680600796972?journalCode=rsap20#.VB703WR_uJY
  5.  Davies, S, 1997, popular opinion in stalin’s Russia Online via: http://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=yTGgOwH_mwgC&oi=fnd&pg=PR11&dq=sarah+davies+popular+opinions+in+stalins+russia&ots=rWFHarsZdZ&sig=QNUBOtRGvzyXplLo8KB8wv0WUFM#v=onepage&q=
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s