Een Romaans eiland, omgeven door een Slavische zee

Inleiding

De stille kracht van taal

Binnen de opleiding Slavische talen en culturen bestaat de mogelijkheid om een vak te volgen over de geschiedenis van Roemenië. ‘Wat is daar zo vreemd aan?’ is de reactie van een paar jaargenoten nadat ik ze er enigszins verbaasd op heb gewezen. Hebben ze niet goed opgelet tijdens de colleges Slavische taalkunde, of is het inderdaad nog niet zo gek om Roemenië voor een Slavisch land aan te zien?
De geografische ligging doet wel vermoeden dat we met een Slavisch land te maken hebben. – Maar de taal bewijst het tegendeel. Het Roemeens gaat immers, net als het Frans, Italiaans, Spaans en Portugees, op een andere taalgroep terug dan de Slavische talen, namelijk het Italisch (Romaans). De Slavische talen daarentegen vinden hun wortels, samen met de Baltische talen (Lets, Litouws en het uitgestorven Pruisisch), in de Balto-Slavische taalfamilie. (Beekes 1990: 24-25)

Of het Roemeens dan tot de Balkantaalgemeenschap behoort? Überhaupt zijn de verschillen tussen de Balkantalen groter dan de overeenkomsten, en de meningen zijn verdeeld over het bestaan van zo’n taalgemeenschap, maar het Roemeens wijkt wat taalstructuur betreft wel erg van de Balkantalen af. Er bestaat een Roemeens gezegde, dat direct naar de (taal-)identiteit van het land refereert. Het definieert Roemenië als een ‘Romaans eiland, omgeven door een Slavische zee’. Door deze geïsoleerde positie van Roemenië ten opzichte van andere Romaanse landen, heeft Roemenië, volgens sommige linguïsten, het Latijnse karakter als enige Romaanse taal weten te behouden. Interessant daarbij is dat de Slavische taalperiode dit Romaanse karakter juist in stand heeft gehouden. Dat het Roemeens als enige Westers-Romaanse taal nog een gedeeltelijk systeem van naamvallen gebruikt is hoogstwaarschijnlijk op dit eeuwenlange taalcontact terug te voeren. (Hranova 1999-2002: 238-248)

Het Roemeens heeft zich ook nog op een andere manier geïsoleerd. En wel door zich eeuwenlang achter een niet-Romaans alfabet te verschuilen. Het cyrillisch.
Het is duidelijk hoe de Daco-Romeinse bevolking omstreeks de zevende eeuw onder Slavische invloed raakte. Maar hoe de Roemeense taal zich zo’n 1000 jaar later heeft weten te onttrekken aan het cyrillisch alfabet, om daarna in relatief korte tijd naar de kern van het Latijn terug te keren, daar is minder over bekend.

Het eerste Roemeense document

Volgens de nationale dichter van Roemenië, Mihai Eminescu, is de welluidendheid van het Roemeens ‘een teken van superioriteit van de Roemenen.’ (Bos 2007: 105) Toch hebben de Roemenen lange tijd in het Oud-Kerkslavisch geschreven. Het eerste document dat zonder twijfel Roemeens is, is in 1521 door een edelman uit Câmpulung geschreven. In zijn brief waarschuwt de auteur dat de Turken naar het noorden, in de richting van de Donau, zijn gegaan. Deze brief werd zoals alle documenten in die tijd nog wel in het cyrillische alfabet geschreven. Pas in de negentiende eeuw vond de definitieve overgang naar het Latijnse alfabet plaats. Vanaf toen, toen het volk besefte een Latijns volk te zijn, werden er ook steeds vaker woorden uit het Frans overgenomen. (idem: 106)

Alfabetovergang
(naar Kom 2002)

De overgang van het cyrillische alfabet op het Latijnse alfabet was, zoals misschien te verwachten valt, geen eenvoudige kwestie. Het oude cyrillische alfabet zou eerst een vereenvoudiging moeten ondergaan. Vervolgens zou er enige tijd een nieuw cyrillisch alfabet bestaan dat voortdurend aan verandering onderhevig zou zijn. Dit ‘transitie-’alfabet heeft uiteindelijk de weg geopend naar het officiële Latijnse alfabet.

Vereenvoudigd alfabet

In 1787 opperde Ienachita Vacarescu om van de 43 letters van het oude cyrillische alfabet nog maar 33 te bewaren. Ion Heliade-Radulescu, ‘de man achter de alfabetovergang’(Kom 2002), stelde in 1828 voor om het alfabet nog sterker te vereenvoudigen. Aan het voorstel van Vacarescu voegde hij zelf nog twee letters toe: in totaal 11 klinkers en 24 medeklinkers. Van de klinkers en medeklinkers haalde hij vervolgens elk drie af, ‘opdat ze geen moeilijkheid opleveren voor de onschuldige kindekens’, zodat er uiteindelijk 29 letters overbleven. Niet iedereen was daar blij mee. Zo werd hij door de Wallachijse aartsbisschop uitgemaakt voor ketter, die het lef had ‘om de Roemeense taal kapot te maken en het orthodoxe geloof te beroeren’.

Tijdschrift voor beginners of gevorderden

Om de bevolking voor te bereiden op de nieuwe taal, ontwierp Radulescu twee tijdschriften. De beginners konden oefenen met Curierul Rumânesc (Roemeense koerier) en de gevorderden met Curierul de ambe sexe (Koerier voor beide geslachten).
Voor het tijdschrift voor beginners gebruikte Radulescu lettertekens, die hij in zijn grammatica al had afgeschaft. Het tijdschrift moest namelijk eerst leden winnen.
Voor de klas voor gevorderde lezers had Radulescu al in 1844 het volledige Latijnse alfabet doorgevoerd.

In 1831 begon Radulescu het beginnersalfabet te reduceren en een aantal letters te vervangen door Latijnse equivalenten: Р > R, de С > S en з > z.
In 1839 zette hij zijn vernieuwing voort door: д > d, э > e, с > s en т > t. Het tijdschrift heette voortaan bovendien Curierul românesc (met een o), zodat het blad zich langzamerhand ging tonen aan het publiek ‘in haar ware Roemeense kleren of letters’.
In 1841 werden er tussenvormen gevonden voor de hybride letters: ж > j en ф > f.
Vijf jaar later kwamen er twee nieuwe tekens: î en r bij en de Latijnse vervangingen: б > b, г > g, й l en п > p.

Van 1830 tot 1860 was het Wallachijse alfabet dus voortdurend in beweging. Soms ook, bijvoorbeeld in 1847, was er een terugval naar het cyrillische schrift. Dit gebeurde vaak uit financiële overwegingen. Voor het grote publiek was het immers niet zo gemakkelijk om zomaar op een geheel nieuwe schrijfwijze over te stappen. En daarnaast, de cyrillische tekens gingen wel terug op een eeuwenoude traditie.

Alfabettransitie Moldavië

In Moldavië verliep de alfabetische transitie trager. In 1855 achtte de vernieuwer Mihail Kogalniceanu de tijd nog niet rijp. De nieuwe letters zouden vroeg of laat vanzelf ingevoerd worden ‘aangezien ze van onze voorouders zijn’. Juist door het geleidelijk laten verlopen van dit proces ging de Moldavische literatuur, aldus Kogalniceanu, ‘voor de echte vooruitgang.’

Latijnse letters

Een besluit uit 1856 voorzag uiteindelijk in het aannemen van het Latijnse alfabet. Alexandru Ion Cuza, vorst van beide vorstendommen, sprak in 1859 de leerlingen van een school in Pitesti toe met de woorden:
‘Kinderen! Na eeuwen van fronsen, lacht de goede God vandaag ook ons, Roemenen, toe. Vanaf vandaag hebben wij weer de waardigheid van een vrij volk, van een Latijns volk. Weg met de buitenlandse ‘slova! Leve de aloude letter!’

Op 8 februari 1860 tekende de Walachijse premier Ion Ghica een verordening die het Latijnse alfabet aannam en in 1862 erkende ook Moldavië, inmiddels geünieerd met Wallachije, het nieuwe schrift. Het Latijnse alfabet in Roemenië was vanaf dat moment een feit.

Romaans eiland

De vraag wat voor invloed een Slavisch superstraat op het Romaanse volk heeft uitgeoefend, is enerzijds heel praktisch te beantwoorden. Ruim 16 procent van de woorden in het huidige Roemeens is van Slavische oorsprong. Verder werden de Slavische taal en diens alfabet lange tijd in de afzonderlijke vorstendommen als schrijftaal gehanteerd. (Perie: 12) Anderzijds heeft Roemenië als het spreekwoordelijk ‘Romaanse eiland, omgeven door een Slavische zee’ paradoxaal genoeg misschien wel zijn identiteit te danken aan deze Slavische periode. Zoals eerder genoemd staat het Roemeens volgens sommige linguïsten hierdoor immers dichter bij zijn Latijnse wortels dan de overige Romaanse talen.
Dit ondersteunt bovendien het idee van taalkundigen, dat de aanwezigheid van verwante buurlanden reden geeft ons op onderlinge verschillen te richten, terwijl een geïsoleerd land de aandacht juist op verre verwantschap doet vestigen. (Hranova 1999-2002: 238-248)

Literatuur

Beekes, R.S.P.
1990 Vergelijkende taalwetenschap. Tussen Sanskrit en Nederlands. Utrecht: Het Spectrum.
Bos, J.W.
2007 Roemenië. Amsterdam: Kit Publishers.
Hranova
1999-2002 Language: Borders, Identities and Utopias. Balkan Cases. Sofia: Prosveta
Ioan-Aurel
2008 The Romanians as a Border People during the Middle Ages. Between Slavonianism and Latinity. Oradea: University Press.
Kom, A.
2002 De Roemeense taal: van slove naar litere. In: Twaalf jaar Roemenië Bulletin. Amsterdam: Go-Bos Press.
Perie, D. Buffer tussen Oost en West. Hoogtepunten uit de Roemeense geschiedenis. UvA.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s