Oriëntalisme en De Vijf

De Vijf was een los verband van vijf Russische componisten: Balakirev, Cui, Moessorgski, Borodin en Rimski-Korsakov die in de tweede helft van de negentiende eeuw actief waren. Zij zetten zich af tegen de heersende muziekopvatting in Rusland. Russische componisten waren tot dan toe doorgaans bezig geweest met het imiteren van west-Europese muziek. Het muzikale leven centreerde zich rondom het Petersburgse conservatorium. De meeste componisten van De Vijf hadden weinig of geen academische scholing in de muziek genoten. Dit kwam niet voort uit onkunde, maar had te maken met hun kunstopvatting; op deze manier wilden ze muziek maken die minder “klinisch” was en meer overeenkwam met wat volgens hen de Russische volksgeest was. (Robinson, 259) Andere manieren waarop ze dit wilden bereiken waren het gebruik van melodieën uit de Russische volksmuziek en narratieve muziekvormen zoals opera, liederen en symfonische gedichten. Vanuit hun wilde kunstopvatting – en in het geval van Moessorgski wilde levensstijl – waren ze geïnteresseerd in de muziek en de verhalen van de volkeren die in die periode onder Russisch imperiaal gezag vielen. Ze maakten gebruik van zogenaamde oriëntalistische motieven. Het bekendste voorbeeld hiervan is Rimski-Korsakovs Sheherezade. Dit is een symfonisch stuk gebaseerd op de verhalen van Duizend-en-een Nacht waarin verschillende karakters hun eigen motief hebben (een techniek die Tsjaikovski ook veel gebruikte). De rijke orkestratie, snelle overgangen en zwierige motieven geven het stuk een “oosterse” sfeer.

Dergelijke stukken van De Vijf worden vaak – ook door Robinson in Modern Russian Culture – oriëntalistisch genoemd. Dit is echter problematisch. Het begrip oriëntalisme slaat historisch gezien op West-Europese kunst, geïnspireerd op de “oosterse” wereld. Westerse koloniale machten kwamen in aanraking met het Midden-Oosten. Velen raakten hierdoor gefascineerd en het afbeelden van “exotische” taferelen werd zodoende erg populair. Het in 1978 verschenen Orientalism van literatuurwetenschapper Edward W. Said trekt dit begrip breder. De hoofdstelling van dit boek is dat “oriëntalisme een manier is om zich te verzoenen met de speciale positie die de Oriënt inneemt in de Westerse Europese ervaring.” (Said, p. 2-3) Dit uit zich – volgens Said – in de gedachte van een onoverkomelijke tegenstelling tussen Occident en Oriënt. Dit paradigma werd voor vanzelfsprekend aangenomen door iedereen van dichters, romanciers en filosofen tot militairen, economen en ambtenaren en vormde dus het startpunt van beleid, wetenschappelijke theorieën en literaire werken. Kort samengevat is Oriëntalisme volgens hem een westerse ideologie die “de oosterse mens” voorstelt als vreemd, minderwaardig, irrationeel en vrouwelijk en die zich uitte in alle terreinen van de samenleving. [1]

Said focust in zijn boek op de koloniale machten Frankrijk en Engeland. Zijn theorie is daarom ook niet zomaar op Russische cultuuruitingen toe te passen. In de Russische cultuur heeft de tegenstelling Oost-West een nog grotere rol gespeeld dan in West-Europa. Alleen is deze tegenstelling altijd minder polair geweest. Ten eerste heeft Rusland om geografische en historische redenen altijd invloeden van beide kanten gehad. Dit begint met de onderwerping van de Kiëvse Roes’ door de Gouden Horde in 1421, later geduid als het moment waarop Rusland gedwongen door “Aziatische cultuur” beïnvloed zou worden. (Bassin, 69) Hierin verschilt het Russische Rijk ook van het Britse en het Franse; er is geen duidelijke afscheiding tussen Europees centrum en Aziatische periferie, maar een grote overgangszone. Een tweede probleem is dat Rusland ook vaak het object is geweest van West-Europees oriëntalisme. (Neumann, 112)

West-Europese oriëntalistische kunst had vaak de functie van het afbeelden van een wilde “Ander” om bij wijze van contrast een geciviliseerd beeld van het “Zelf” te maken. Hoewel je dit in Russische kunst ook waarneemt is de tegenstelling minder sterk en kun je dit Saids begrip van oriëntalisme dus ook niet zomaar toepassen op de muziek van De Vijf. De Vijf waren over nationalistisch en wilden zich juist afzetten tegen de schoolse West-Europese manier van componeren. In het Westerlingen-Slavofielendebat kun je ze meer aan de tweede kant scharen. Ze wilden immers een uniek Russische kunst scheppen. Het incorporeren van oosterse melodieën in westerse kunstmuziek was voor hen een manier om dit doel te bereiken: hiermee gaven ze muzikaal uiting aan Russische cultuur, die volgens hen een unieke mix van beide beschavingen was. Een goed voorbeeld hiervan is Rimski-Korsakovs eerste symfonie. Dit stuk heeft een klassieke opbouw, maar oosterse melodieën – door Balakirev in de Kaukasus opgetekend en door Rimski-Korsakov georkestreerd volgens een tractaat van de Fransman Berlioz. Moessorgski, zowel muzikaal als persoonlijk de meest wilde van De Vijf, was nog radicaler in zijn werkwijze. Hij werkte aan tientallen stukken tegelijkertijd en maakte het gros niet af. Dit zou komen door zijn alcoholprobleem. Het portret dat Ilja Repin enkele dagen voor Moessorgski’s dood van hem heeft gemaakt heeft deze beeldvorming alleen nog maar versterkt. De aantekeningen die van zijn Nacht op de Kale Berg over zijn woest, met harde overgangen, dissonante noten en op sommige passages spaarzame orkestratie. [2]

Modest Moessorgski door Ilja Repin (1881)

Modest Moessorgski door Ilja Repin (1881)

  1. Dit gedeelte over Said is een aangepaste versie van een paragraaf van een essay dat ik voor een eerdere opleiding geschreven heb.
  2. Na Moessorgski’s dood “corrigeerde” Rimski-Korsakov Nacht op de Kale Berg. Jarenlang is Moessorgski in West-Europa aangehaald als voorbeeld waarom Russische muziek niet serieus genomen moet worden. Het arrangement dat Stokowski van Rimski-Korsakovs bewerking maakte voor de Disneyfilm Fantasia heeft geleid tot bredere acceptatie van Moessorgski’s muziek. Pas zeer recent is men overgegaan tot het uitvoeren van Moessorgski’s originele stukken. Opgevoerd in het origineel is Nacht op de Kale Berg onaf, maar bevat het een unieke kwaliteit die in de latere bewerkingen “weggepoetst” is. https://www.youtube.com/watch?v=zR2P-5J-2MA

Bronnen: 

  • Bassin, Mark. “Asia” in The Cambridge Companion to Modern Russian Culture. (Rzhevsky, Nicholas ed.) Cambridge University: Cambridge. 2012.
  • Neumann, Iver B. Uses of the Other: “The East in European Identity Formation” University of Minnesota: Minneapolis. 1999.
  • Robinson, Harlow. “Music” in The Cambridge Companion to Modern Russian Culture. (Rzhevsky, Nicholas ed.) Cambridge University: Cambridge. 2012.
  • Said, Edward, Penguin: London. 2003.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s