OBERIU – de laatste modernisten(1)

In de tijden van 1926-1930 was er veel aan de hand in Rusland: niet alleen was de NEP aan het eind van zijn leven, de overgang van modernisme naar postmodernisme was voelbaar, het socialistisch realisme maakt zijn opmars en het was ook de tijd dat de avant-gardisten niet meer hun plek konden behouden in de kunst. De realistische stroming kwam eind jaren ’20 terug en daarmee is niet het futurisme, het aceisme, het sybolisme, het cubo-futurisme of het suprematisme als leidende stroming overgebleven. Het realisme was al eerder bekend in Rusland, onder andere met Repin. Eind jaren ’20 was ook de staatspolitiek ten aanzien van kunst veranderd. Het socialistisch realisme werd ingevoerd als doctrine. OBERIU, ‘De vereniging van reële kunsten’, is juist in deze overgangsperiode opgericht, gevormd en weer ten gronde gegaan. Wat op wie en hoe invloed heeft gehad is bijna niet na te gaan (en ook niet de bedoeling van deze post), maar het is wel interessant om te bekijken hoe deze laatste groep modernistische schrijvers te werk gingen en waarom ze zo vluchtig leven hadden.

De groep, gevormd uit Charms, Vvedenski, Vaginov, Zabolotski en Bachterev, heeft op de grens van het postmodernisme gehandeld. Wat mij het meest opvalt aan hun houding wat betrekking tot hun eigen literatuur, is de ironie, of wat bijna bestempeld kan worden als ‘ironisch realisme’. Dit benodigd wat meer uitleg.

Bakhtin heeft de term polyfonie het leven ingeroepen. Dit prinicpe van meerstemmigheid weten Haller en Friedrich bondig samen te pakken: “In Bakhtin’s model, the prevailing aim of real dialogue and utterances is not consensus but the approval of plural versions in encountering the other, of mutual testing, of opening each mind to a problem.”2  De groept lijkt dit idee al eerder te hebben gehad. Bovendien zagen ze in dat niet alleen de personages stemmen hebben in het verhaal, maar ook zeker de auteur zelf. Dat is goed te zien in Charms’ “Four illustrations of how a new Idea disconcerts a man unprepared for it” en Vvedenski “Mimin and Pozharsky”. De manier van handelen van de schrijver als personage is natuurlijk, maar zeer ironisch. Het verschil dat Charms en Vvedenski echter hebben is dat de eerste de verhaal verteller bevraagd, de tweede de verhaal vertelling. De OBERIU willen, zoals werkelijke modernisten, de waarheid bevragen, maar weten niet eensgezind zo goed welke waarheid. Zo ridiculiseert Charms de schrijver als volgt: ‘Writer: “I am a writer.” Reader: “Well in my opinion, you’re s**t.”’3 Vvedenksi daarentegen heeft een eigen conceptie van tijd wanneer men doodgaat: deze brengt de mogelijkheid om mensen uit verschillende eeuwen in discussie te laten gaan (zie ook hier Robert voor een heldere uitweiding). Er is kort gezegd een nieuwe mogelijkheid om een verhaal te vertellen. De voorgaande stromingen hadden allen een eigen opvatting over de schepper en zijn creatieve schepping, maar de leden van OBERIU hebben allen een andere opvatting erover; en vaak over een andere opvatting in andere teksten. De literatuur is bovenal vermaak voor hen, wellicht vooral vermaak voor zichzelf.

De atmosfeer vóór en ten behoeve van het postmodernisme is veranderd. De creativiteit had plaats moeten maken voor een plan(economie). Beëindiging van het NEP was eenzelfde tweedeling4: vooruit of terug. Het proletariaat tevreden houden, terug naar iets wat begrijpelijk was, of tegen beter weten in doorzetten. Dit utilitaristische denken heeft de kunstenaars nooit aangestaan en staat loodrecht tegenover de opvatting van de kunstenaar als genie. Hoewel dit maar enkele factoren zijn, is het opmerkelijk dat ook de OBERIU de ommekeer, de letterlijke teruggang van stromingen, niet heeft tegen kunnen gaan. Het lijkt erop dat ze het maximale uit het modernisme hebben kunnen halen: niet alleen de waarheid bevragen, maar deze ridiculiseren en met een zekere mate van ironie. Hiermee lijkt de grens van het modernisme bereikt. Opvallend is het dan ook dat OBERIU niet meer verder is gegaan hierin. Zoals vaker wisten ze niet of ze politiek of creatief moesten handelen. Wat wel zeker was, is dat de kunst zo goed als terug bij af is: het (socialistisch) realisme.

Literatuur:

1 Robert, G. 1997. The last Soviet avant-garde. Cambridge. University Press.

Als leidraad gebruikt voor het onderzoek, primaire teksten en literatuur.

2 Haller, Rudolph. 1997. Philosophical modernity and postmodernity in Russia? M. M. Bakhtin’s polyphony of voices in the dialogue. The European Legacy, Vol.2(2), p.356-362

3 Kharms, Polet, p. 372

4 Priestland, D. 2009. The Red Flag. London. Grove Press.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s