Peredvizjniki, geschiedenis van een mythe

De Peredvizjniki was een groep Russische kunstschilders ontstaan uit afzetting tegen de restricties van de Keizerlijke Academie der Schone Kunsten. Deze groep staat bekend als de schilders van het Russisch realisme, hun werken zouden de liefde voor het eigen land moeten tonen of dienen als uiting van kritiek op sociaal-cultureel vlak. Maar in hoeverre speelde ideologie werkelijk een rol voor de Peredvizjniki? Ging hun afzetting tegen de Keizerlijke Academie alleen om artistieke vrijheid, of speelden er andere belangen?


Tot 1870 was de enige mogelijkheid om als Russisch kunstenaar erkend te worden, een opleiding te volgen aan de Keizerlijke Academie der Schone Kunsten te St. Petersburg en te mogen exposeren op de jaarlijkse tentoonstelling aldaar (1).
Wanneer de opleiding succesvol werd afgerond was men niet alleen een erkend kunstenaar, maar kon men afhankelijk van klasse-status, opklimmen in het heersende klassensysteem. Iemand van boeren komaf kon daarmee zelfs volledige burgerrechten krijgen. Maar zelfs dan bleef het moeilijk om serieus genomen te worden en was het bijna onmogelijk om bij de culturele elite te horen. Het lot van een kunstenaar lag in ieder geval volledig in handen van de academie, want zelfs na het behalen van een titel was de kunstenaar voor verkoop van schilderijen afhankelijk van de academie.

Na de dood van de conservatieve en starre Tsaar Nicholaas I, werd Fedor Lvov verantwoordelijk gesteld voor hervormingen binnen de academie. Door zijn ervaring in het buitenland was Lvov van mening, dat het geven van meer vrijheid en individualiteit binnen de academie ten goede zou komen aan de ontwikkeling van Russische kunst en de status van kunstenaars zelf. Zijn poging van hervorming in 1859 liep uiteindelijk op niets uit. Hoewel, kunstenaars mochten sindsdien wel eigen onderwerpen schilderen maar deze kwamen dan niet in aanmerking voor de Gouden Medaille (2).
Toch kregen in september 1963 de schilders Nikolaj Ge en Vasily Purikev de titel ‘professor’. Dat terwijl hun schilderijen: ‘Laatste Avondmaal’ en ‘Het Ongelijke Huwelijk’ niet voldeden aan de criteria van de academie. Dit laat zien dat de academie weldegelijk openstond voor verandering (3). Maar de verandering ging niet snel genoeg. Criticus Ivan Dmitriev schreef over dezelfde tentoonstelling waar Ge en Purikev hun titel behaalden, dat er een gebrek was aan vrijheid voor de kunstenaars en het getoonde werk en de academie zelf niets betekende voor het gewone Russische volk (4).

Het is goed mogelijk dat in navolging van Dmitrievs kritische artikel, enkele studenten daarom weigerden om mee te doen aan de Gouden Medialle-competitie. Deze studenten: dertien schilders en één beeldhouwer, bekend onder de naam ‘De opstand van veertien’, hekelden dat het verplichte thema ‘Feest met de goden in Walhalla’ niets te maken had met hun eigen Rusland. Daarop werden ze verwijderd van de academie (5).

Ivan Kramskoj, een van de leiders van de opstand tegen de academie, begon daarop een eigen organisatie gebaseerd op de vorm van een commune, het heette: St.Petersburg Artel van Kunstenaars. Dat het Artel het niet zozeer te doen was om het maken van ideologische kunstwerken, blijkt uit de doelstellingen geformuleerd door Kramskoj in een statuut. Namelijk: “By joint efforts to establish and secure one’s material situation and to get venue to sell our works to the public.” En: “To accept commissions for art production of all kind.” (6). Het ging dus vooral om het bewerkstelligen van financiële zelfstandigheid. Dat dit gepaard ging met artistieke vrijheid is eerder een noodzaak dan uit ideologische overwegingen.

Tevens waren binnen vijf jaar na de Opstand van Veertien, acht van hen inmiddels tot academici benoemd door de Keizerlijke Academie en nog eens vijf anderen kregen de status toegekend van ‘eerste klas kunstenaar’. Ook maakte het Artel gebruik van de tentoonstellingsruimtes van de academie waar ze zich eerder zo tegen verzette. Financieel ging het de leden van het Artel goed, maar ze stonden niet bekend om hun vooruitstrevende werk waarin ze tijdens de Opstand zo zeiden naar te verlangen.

Pas in 1870 kwam er verandering toen enkele gevestigde kunstenaars (Ge, Perov, Miasoedov) samen met het Artel van Kramskoj de Maatschappij voor Reizende Kunstexposities oprichtten. De leden van deze vereniging werden de Peredvizjniki genoemd. In het Nederlands wordt dit vertaald als ‘rondtrekkers’ en ‘zwervers’. Dit schept het romantische beeld van schilders die met hun werken als een circus door Rusland trokken. Maar er reisde altijd maar één van de schilders mee met de expositie. En een volgende expositie kon alleen doorgaan als de vorige een succes was (7).

Veel van de schilderijen stelden weldegelijk het ‘echte’ Russische leven centraal, en sommige stukken gaven kritiek op de oneerlijkheid en achterstelling van het de lagere sociale klassen in Rusland. Maar al met al was er nauwelijks verschil met de schilderijen die de Keizerlijke Academie produceerde, want ook zij hadden hun thema’s aangepast. In een brief van Miasoedov aan vooraanstaand kunstcriticus Vladimir Stasov, stelt Miasoedov dat het niet gaat om thematiek, maar om een protest tegen de vanzelfsprekendheid van de Keizerlijke Academie. Daarmee bedoelend dat de academie nog steeds de belangrijkste touwtjes in handen had binnen de Russische kunstwereld (8).

Dat stijl en thematiek net als bij het eerdere Artel niet heilig was voor de Peredvizjniki blijkt ook uit de opdrachten die de schilders aannamen. Zo schilderden velen van hen portretten voor de adel en andere figuren uit hogere sociale kringen. Ook bij exposities was op een gegeven moment niet meer te zien welk werk van de Peredvizjniki was en wat van de academie. De bijgaande anekdote is dat Tsaar Nicholaas II bij een expositie van de academie dacht dat hij bij de expositie van de Peredvizjniki was (9).

Niet lang daarna werd besloten om de Peredvizjniki op te nemen in de raad van de Keizerlijk Academie der Schone Kunsten.

Dat de Peredvizjniki schilderijen maakten die het alledaagse leven in het toenmalige Rusland lieten zien staat vast. Maar het is een misvatting om te denken dat zij dit puur uit ideologische gronden deden. Het ging niet zozeer om verandering van thematiek, maar het willen van veranderen van de monopoliepositie die de Keizerlijke Academie had.

Rein Morsink
10806857


Bronvermelding:

1: Valkenier, E. (1977) Russian Realist Art. The State and Society: The Peredvizhniki and Their Tradition. Michigan: Ardis p.8

2 ibed p.9

3: Steiner, E. (2009) A battle for the “people’s cause” or for the market case. Cahiers du monde Russe 4: p.632

4: Dmitriev, I (1863) Art that Bows and Scrapes: On the Annual Exhibition at the Academy of Arts

5: Tishler, J.R. (z.j.) Nineteenth-Century 
Russian Art:
 Ideological Realism. http://www.dartmouth.edu/~russ15/russia_PI/russian_art.html (geraadpleegd 27 september 2015)

6: Steiner, E. (2009) p.633

7: Valkenier, E. (1977) p.228

8: Steiner, E. (2009) p.638

9: Steiner, E. (2009) p.645

Advertenties

One thought on “Peredvizjniki, geschiedenis van een mythe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s