Dvojnik in de Brezjnevjaren

Inleiding

Het spanningsveld tussen partijideologie en de in de Sovjetschilderkunst, -muziek en -literatuur tot uitdrukking komende levensvisie, had tot belangrijkste gevolg, dat er twee parallelle werelden ontstonden. Met name in het Rusland onder Brezjnev, balanceerden schilders, muzikanten en schrijvers op de grens van de officiële en niet-officiële wereld, ofwel op de grens van ideologie en leven.
Deze paradoxale verhouding voltrok zich op de eerste plaats in de mens zelf. Een van de bekendste voorbeelden van iemand die zich van zijn innerlijke vrijheid ten opzichte van de door de partij opgelegde beperkingen bewust was, was de Sovjetschrijver Andrej Sinjavski: ‘All one has to do to realize that Andrei Siniavskii was the greatest Russian double (dvoinik) of his generation is to contrast the photographs of him with and without a cigarette between his lips. Without a cigarette he looks like a respectable, even distinguished academic, an intellectual who would be as much at home in a Western as in a Soviet university or research institute.’ [Dewhirst 1996: 130] Het naast elkaar plaatsen van deze omschrijving van Sinjavski’s officiële leven en de literaire werken van het door hem gecreëerde heteroniem,  Abram Terts, onder wie hij, tot zijn arrestatie op 8 september 1965, in het buitenland verhalen, romans en een verzameling aforismen publiceerde [Kolonosky 1997: 500] geeft aanleiding te vermoeden dat Sinjavski’s leven gekenmerkt werd door grote tegenstellingen en paradoxale verhoudingen in zijn handelen en denken.

In deze kleine blogpost wordt stilgestaan bij de vraag hoe Sinjavski zich als schrijver verhield tot de repressies en tot de leefomstandigheden in het strafkamp. Hoe kan een mens onder dergelijke omstandigheden nog op zo’n artistieke en in sommige gevallen hoopvolle wijze uiting geven aan dat wat in hem speelt? Ik onderzoek dit aan de hand van de autobiografische roman Goedenacht (1984).

Goedenacht

Het werk Goedenacht, geschreven in de jaren na zijn gevangenschap is een confessionele autobiografie [Holmgren 1991: 970] over de Stalinistische jaren. De titelpagina zorgt al voor complexiteit. Er staan namelijk twee namen: Andrej Sinjavski en Abram Terts. Verder vormt het genre een contrast met de ondertitel: ‘Roman’. Sinjavski laat hiermee zijn terugkerende interesse in het ‘no-man’s land’ [Reese 2008: 448] zien, waar hij ‘noch als mens noch als dier’ (ne tsjelovek, ne zver’) [Reese: idem] leeft en waar niemand ‘in de hem toegewezen categorie’ (Sinjavski/Terts, Goedenacht 1984: 324] past.

Goedenacht kan beschouwd worden als een verzameling weerspiegelingen op de restrictieve toestand waarin Sinjavski leefde vóór het schrijven van dit boek: de gevangenis, het strafkamp en het stalinistische milieu. Enkele sleutelbegrippen uit zijn eerder geschreven Stem uit het Koor worden in Goedenacht nader uitgewerkt, namelijk de vruchtbare setting van het kamp en de parallelle werelden van tekst en onafhankelijkheid.[Holmgren: 970] Hoewel het thema ‘innerlijke bevrijding binnen de gevangenismuren’ door meerdere Sovjetschrijvers vermeld is [Holmgren: 967], is het juist deze metafoor die als rode draad door het werk van Sinjavski loopt. Het Sovjetarbeidskamp staat voor de onderdrukking van de Sovjetmaatschappij en tegelijkertijd nodigt het kamp Terts uit om te schrijven, te contempleren en te creëren. Of zoals Sinjavski het zelf verwoordt: ‘externe restrictie brengt innerlijke grenzeloosheid voort.’ [Holmgren: 968] En dat is volgens hem het lot van de schrijver:  ergens verborgen en op een afgelegen plaats moet hij toevlucht nemen tot zijn werk – het schrijven van teksten.  Daarom ook wordt de nacht door Sinjavski onthuld als een vruchtbare, bevrijdende en kunst creërende plaats. Want: “als er geen nacht was, zouden wij geen weet hebben van de sterrenhemel, noch van de lichtjes aan de andere kant van de rivier, noch van de trein of de lucht” [Goedenacht: 368].

Conclusie

Zonder de verschrikkingen in een strafkamp en de repressies in de Sovjet-Unie goed te praten, lijkt Sinjavski een esthetisch privilege te halen uit zijn verblijf in een Sovjetstrafkamp en de restricties opgelegd door de Sovjetautoriteiten. In Sinjavski komt dit niet alleen als in geen ander tot uitdrukking door in zijn werk de fysieke muren van een gevangenis naast de innerlijke vrijheid als centraal thema te stellen, maar ook in zijn bewust gecreëerde dubbele persoonlijkheid.

Bibliografie

Dewhirst, M
1996      Andrei Donatovich Siniavskii (8.10.1925-25.2.1997). In: Slavonica, vol. 3, nr. 2. University of Glasgow: 130-133
Holmgren, B
1991      The Transfiguring of Context in the Work of Abram Terts. In: Slavic Review, vol. 50, nr. 4, 965-977
Kolonosky, W.F
1997      Review. In: The Slavic and East European Journal, vol. 41, nr. 3. Kansas State University: 499-501
Reese, K
2008      Imagination and Realism in Soviet Science Fiction: Siniavsky’s ‘Bez Skidok’ and Terts’s ‘Pkhents’. In: The Slavic and East European Journal, vol. 52, nr. 3, 439-453
Sinjavski, A, Terts, A
1984      Goedenacht – Roman. [Vertaald door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes.] Amsterdam: Meulenhof

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s