Mir Sada: een poging tot geweldvrije interventie in oorlogsgebied

Tienduizend mensen komen samen in de Kroatische kustplaats Split. Vervolgens trekken ze met bussen naar Sarajevo. Door met zoveel mensen in het oorlogsgebied te verkeren zou een Gandhiaans menselijk schild[1] ontstaan en wordt vrede op een geweldvrije manier afgedwongen. Kortweg was dat het plan van de Italiaanse katholieke vredesorganisatie Beati i costruttori di pace en de Franse humanitaire organisatie EquiLibre. Hun initiatief Mir Sada vond plaats in augustus 1993 tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië.

Veel deelnemers bereikten Split op 1 augustus met de boot vanuit Ancona, Italië. Zo ook twee Nederlandse deelnemers, Kees Koning en Ton Besselink. De Amerikaan Bradford Lyttle schrijft dat er niet meer dan 500 deelnemers aanwezig waren.[2] Volgens de Nederlander Gerard Spekman waren er op de parkeerplaats ongeveer 1000 mensen.[3] Christine Schweitzer, een Duitse deelneemster die is gepromoveerd op pacifistische vredesacties in Joegoslavië, gaat in haar proefschrift uit van 2000 tot 3000 mensen. Lisa Clark, deel van Beati en vertaler, verklaart dat 2000 mensen zich officieel bij Beati hadden ingeschreven, maar dat er ook mensen onaangekondigd verschenen, zoals een grote groep Polen.[4]

De activisten verzamelden zich op een militaire parkeerplaats, voor de gelegenheid beschikbaar gesteld door het Kroatische leger. Op de parkeerplaats werden affinity groups gevormd op basis van nationaliteit. Onder de groep Amerikanen bevonden zich de drie Nederlandse deelnemers, Ton Besselink, Kees Koning en Gerard Spekman. De Nederlandse Mieke Koudenberg moet ook aanwezig zijn geweest in Split, maar zij is nooit ver meegegaan omdat ze andere verplichtingen had in Nederland.[5] De enige Belg die aanwezig was, de Antwerpse Ernst Gulcher, zat ook in de Amerikaanse groep.

Op 3 augustus was de vredeskaravaan nog niet weg uit Split. Er was een groot logistiek probleem: de Kroatische overheid verbood de busmaatschappij om bussen mee te geven. Er waren weinig mensen met eigen vervoer gekomen en door het tekort werd het vertrek uitgesteld. Gulcher verklaart het lange wachten op vertrek als een vorm van ‘psychological war-slowness’, waar normaal gesproken soldaten last van hebben.[6] In de avond was er een optocht door de stad met auto’s, vlaggen en muziek.

Woensdagmiddag vertrok een eerste groep mensen richting Sarajevo. Laat in de avond van4 augustus stoppen de activisten bij Prozor en maken kamp op aan de oevers van het stuwmeer Rama (Ramsko jezero). Lisa Clark beschrijft de sfeer als gespannen: ‘De oorlog speelde zich af aan de andere kant van de heuvel en bewoog snel. Daarnaast hadden de Kroatische troepen ons bedreigd: als we verder waren gegaan, zouden we worden beschoten.’[7] Het geweld dat Clark benoemt, speelde zich af in en rond de stad Gornji Vakuf. Deye stad werd onder vuur gehouden door het Bosnische Kroatische leger, de inwoners waren voornamelijk moslims.[8]

Tijdens het verblijf bij het meer Rama waren veel mensen bang geworden. Op 5 augustus werden de pacifisten gewekt door het geluid van twee explosies.[9] Na lang en veel discussiëren trokken beide organisatoren zich terug. Equilibre kondigde op 6 augustus[10] aan ommekeer te maken naar Split. Beati volgde op 7 augustus. Mir Sada werd opgeheven en was uitgelopen op een mislukking. Hierop besloot een groep van zes personen[11] te voet verder te gaan, onder andere Kees Koning en Ernst Gulcher deden hier aan mee. De groep wandelaars werd in opdracht van het hoofd van Beati (Don Albino), door het Kroatische leger tegen gehouden om verder te gaan.[12]

Ondanks de gevechten in Gornji Vakuf en de dreiging van een NAVO bombardement waren er ongeveer honderd mensen over die niet terug wilden keren.[13] Met een bus, een vrachtwagen met medicijnen en acht personenauto’s vervolgden ongeveer zestig personen de tocht naar Sarajevo. Ernst Gulcher beschrijft dat veel Amerikanen mee wilden, maar dat er slechts een beperkt aantal plekken beschikbaar was. [14] Uiteindelijk ging slechts één Amerikaanse mee, Willa Elam. Volgens Gulcher gingen op zondag 8 augustus 65 mensen vanaf het meer Rama richting Sarajevo. Weer was er een probleem met bussen. Eén plaatselijke buschauffeur kon of wilde niet verder gaan. Volgens de Franse organisatie Harmonie Internationale gingen er uiteindelijk 77 mensen mee naar Sarajevo, van 11 nationaliteiten.[15] Harmonie Internationale was met eigen vervoer gekomen, waardoor deze afzonderlijke tocht door naar Sarajevo mogelijk was.

Tussen Prozor en Novi Travnik moest de groep een kloof passeren die bekend stond om de vele sluipschutters. Tijdens dit kritieke moment wordt in de bus, onder leiding van Kees Koning, het lied ‘Mir mir mir do neba’ gezongen.[16]

Mir, mir, mir do neba, braći i sestrama, kada nas probude  da rata ne bude .(vrij vertaald: Vrede,  moge er overal vrede zijn voor onze broeders en zusters, zodat als we wakker worden er geen oorlog meer is)’ Het lied Mir mir do neba van de Kroatische groep Magazin had Kees Koning geleerd op een voorbereidingsreis voor een andere actie naar Zagreb gepland voor september 1993.

Schoten klinken en het lijkt erop dat men de voertuigen ook daadwerkelijk wil raken. Toch blijkt geen van de voertuigen te zijn geraakt. Gerard Spekman vroeg zich af of het slechts een vorm van bangmakerij was.[17]  Gulcher dacht dat de vechtende groepen er geen profijt van hadden om buitenstaanders te raken. [18]

De dag eindigde in Zenica. Men sliep die nacht op de grond in de hal van het Hotel Internacional: geheel in communistische bouwstijl maar van binnen vrij luxe met een marmeren trap.[19] Om 9 uur ’s avonds ging de elektriciteit uit in de stad. De volgende dag bleef Ton Besselink achter in Zenica. Hij besloot niet meer verder te gaan naar Sarajevo en ging op eigen gelegenheid terug.[20]

Op 9 augustus rijden de voertuigen al om zes uur ’s ochtends verder richting Sarajevo, via Kiseljak en Visoko. Vlakbij de Bosnische hoofdstad moet het konvooi een Servische post passeren. De Serven eisten echter een schriftelijke verklaring van de VN, waardoor de groep geen toegang kreeg. Bij de dichtstbijzijnde VN-post overnachtte iedereen in de voertuigen. Buiten passeerden dronken soldaten, die voor de grap op alles en iedereen schoten.[21]

De volgende dag, 10 augustus, doen er geruchten op dat de NAVO de Servische stellingen rondom de stad wil bombarderen. Desondanks krijgt de groep een verklaring van de VN. Kees Koning stelt iedereen gerust dat de VN geen verklaring zou geven als er daadwerkelijk gebombardeerd zou worden.[22] De groep mag door via de voorstad Iliža. Op 11 augustus bereikten de overgebleven 58 vredesactivisten hun doel.

De groep verblijft twee dagen in Sarajevo. De eerste nacht in het Holiday Inn hotel. Dit karakteristieke rood en gele gebouw werd speciaal gebouwd voor de Olympische Winterspelen in 1984. Tijdens de oorlog bleef het in bedrijf en verbleven er voornamelijk journalisten. Nu wordt het vooral gebruikt door zakenlieden. Het hotel was één van de weinige gebouwen die nog overeind stonden aan de beruchte Sniper’s Alley. Deze brede straat was een perfect doelwit voor sluipschutters. De straat was te passeren, maar alleen als je flink doorliep. De tweede nacht wordt de groep bij verschillende families ondergebracht. Op de laatste avond werd een afscheidsconcert aangeboden, in een met een paar kaarsen verlichte concertzaal. De vrijdagmorgen om negen uur stonden de deelnemers klaar om in de bus te stappen. Een man met een cello kwam tussen hen zitten en ‘begon een stuk weemoed te produceren zoals dat alleen op een cello mogelijk is en waarbij je op een plaats als deze je tranen onmogelijk bij elkaar kon houden.’, aldus Kees Koning.[23]

 De terugreis verliep langzaam. In Zenica was er oponthoud omdat één van de auto’s benzine nodig had, maar in tegenstelling tot diesel was die bijna niet te krijgen. Terug in Split namen de Sarajevogangers vluchtig afscheid van elkaar.

Na de opheffing van Mir Sada bij Prozor, hebben teleurgestelde deelnemers vanuit Split nog een aparte poging ondernomen richting Mostar. Veel deelnemers waren dus wel gemotiveerd, maar het is de vraag of elke deelnemer zich besefte waaraan hij of zij begon. Er kan in ieder geval gesteld worden dat Mir Sada bij het begin al gedoemd was te mislukken door de lage opkomst. EquiLibre zei in juli nog dat er tienduizend mensen zouden komen, terwijl zij hier geen garantie voor konden bieden. Bij aankomst in Split werden deelnemers teleurgesteld door de magere opkomst. Een tweede teleurstelling was het logistieke probleem met het busvervoer. Verder werd er veel gecommuniceerd in het Italiaans, een taal die lang niet iedere deelnemer machtig was en zo de samenwerking en besluitvaardigheid belemmerde. Ook ontbrak eenn duidelijk pamflet wat de doelstelling van Mir Sada omschreef. Al met al was Mir Sada een ambitieus initiatief, maar ze bracht enkel een les voor de vredesbeweging en geen vrede.

Nicole Corritore, Mir Sada, twenty years ago. Osservatorio Balcani e Caucaso, 13 augustus 2013

Yeshua Moser-Puangsuwan en Thomas Weber, Nonviolent intervention across borders: a recurrent vision. University of Hawai’i Press, 2000

Gerard van Alkemade ‘Al ga je eraan kapot’; het levensverhaal van vredesactivist Kees Koning, Papieren Tijger, 2003

[1] Conclusion, Nonviolent intervention across borders: a recurrent vision, Yeshua Moser-Puangsuwan en Thomas Weber, University of Hawai’I, 2000

[2] Fragment autobiografie, e-mail

[3] Blocnote privébezit, Gerard Spekman was mijn opa

[4] E-mail interview Lisa Clark

[5] biografie Kees Koninig

[6] Het verslag van Ernst Gulcher is te vinden in stukken over Kees Koning in het IISG

[7]vrij vertaald uit het Engels, e-mail Lisa Clark

[8] Mir Sada, twenty years ago, Nicole Corritore, 13 augustus 2013

[9] Gulcher + Spekman blocnote

[10] Mir Sada, 20 years ago

[11] biografie Kees Koning

[12] Gulcher

[13] Gulcher

[14] Het verslag van Ernst Gulcher is te vinden in het archief Kees Koning bij het IISG in Amsterdam

[15] https://www.facebook.com/permalink.php?id=113172095448626&story_fbid=337979726301194

Hun leider Bruno Leclerq werd de leider van de Sarajevo groep

[16]biografie Kees Koning –> Het lied Mir mir mir do neba van de Kroatische groep Magazin had Kees Koning geleerd op een voorbereidingsreis voor een andere actie naar Zagreb gepland voor september 1993.

[17] blocnote notities

[18] verslag Gulcher

[19] blocnote Spekman

[20] Gulcher

[21] biografie Kees Koning

[22] Cassette

[23] Kees Koning in een brief aan zijn zus Ina en zwager Chris, opgenomen in de biografie

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s