Groot en groots Rusland – Een vierde politieke theorie

“While mood can be linked to the past time structure, understanding is linked with the future time structure”

-Wollan1

In dit tweeluik over groot en groots Rusland is mijn bedoeling om zowel het grote als de grootheid van Rusland aan bod te laten komen. Vorige keer heb ik uitgeweid over de russificatie: het proces van de Sovjet Unie om een eenheidsstaat te produceren. Nu, in post-Sovjet Rusland is er een nieuw idee groeiende. Alekansdr Dugin heeft naast zijn ideeën over een Euraziatische Unie ook een idee over een geheel nieuwe vorm van politiek. Hierbij bouwt hij voort op de bestaande politieke theorieën en het schrikbeeld van Fukuyama: het einde van de geschiedenis.

Ten eerste moet ik nog duidelijk maken wat ik de vorige keer bedoelde met een theorie waarin het Dasein als centrale punt vormt. Het Dasein, een begrip van Heidegger, is “een entiteit, die ieder van ons zelf is en die de mogelijkheden van zijn wezen onderzoekt.”2 Het Dasein (Nederlands ‘erzijn’) wijst naar de beleving die een mens van zijn zijn heeft. Hoe kan dit begrip ingevoerd worden in een politieke theorie?

Daarvoor onderzoekt Dugin wat er centraal staat in andere theorieën en wat hij daarvan wel of niet kan gebruiken. De eerste theorie, het liberalisme, heeft vrijheid als centraal punt. Het communisme heeft als tweede theorie de klasse centraal staan en fascisme zet het fenomeen ras (of staat) in het midden. Nu echter alleen de eerste nog in levensvatbare vorm over is, is er geen strijd meer tussen deze politieke theorieën. Fukuyama zegt daarom dat het ‘einde van de geschiedenis’ hier is. Hoewel deze kreet wel vaker is voorgekomen in de geschiedenis en we toch blijven leven, ziet Dugin hier een reëel probleem. Eén is namelijk niet genoeg voor de wereld. Eén is één enkel Dasein, terwijl we allemaal ‘er zijn’.

De kern van Dugin in The Fourth Political Theory is Heideggers tijdsbegrip gecombineerd met postmodernisme en globalisatie3. Dit zijn veel complexe begrippen, waarin niet het Dasein centraal staat, maar uit voorkomt.

Heidegger wilde de macht van het verleden verbreken door een ander tijdsbegrip dan de normale lineaire tijd te creëren. De oorspronkelijke tijd kwam hieruit voort en stelt dat men gericht is op de toekomst vanuit het verleden. Daartussen zit het heden. Wil je een toekomst hebben, dan moet je ook een verleden hebben. Als er een globalisatie heeft plaatsgevonden met het liberalisme als leidraad, komen we allemaal in hetzelfde schuitje concludeert Dugin. Het verleden zou vernietigt worden om een algemene toekomst te maken. Maar zonder verleden is er geen toekomst, en zonder toekomst geen heden.

Een vierde theorie zou de oplossing moeten zijn. Zo behouden we de strijd tussen theorieën en daarmee ook de samenlevingen. Hier komt het tweeluik bij elkaar: de plaats is van belang. Dugin stelt dat het Dasein moet floreren door een nieuwe theorie, maar het Dasein is niet alleen temporeel, maar ook ruimtelijk. Zoals gezegd is het Dasein ‘erzijn’. De ruimtelijkheid van Dasein is een existentiaal in twee opzichten: het in-de-wereld-zijn en het mede-zijn. Heidegger en Sloterdijk kunnen ons helpen dit te begrijpen.

Heidegger sluit zich namelijk niet aan bij normale concepten van ruimtelijkheid. Volgens hem is ruimte een praktische bekommering van het Dasein. Dit zorgt er ook voor dat de ruimte buiten het bereik van Dasein een andere ruimte is: het is buiten handbereik. Sloterdijk haalt de etymologie aan van het woord ‘in’, van innan en habitare tot ‘zijn’: ‘Being as the infinitive of ‘I am’: that is, understood as an existential, means to dwell near… to be familiar with.’4

Als laatste haal ik hier het begrip ‘geworpenheid’ aan, om vervolgens al het voorgaande te combineren en het tweeluik zo te doen sluiten. De ‘geworpenheid’ van het Dasein in de wereld is de plek waar men in de wereld zichzelf aantreft. Nu is er de vraag welk Dasein mee gaat in de vierde theorie. Hoewel pluriformiteit wordt nagestreefd, is er in Eurazië een hoofdrol voor de Russen. En wellicht ook voor de gerussificeerde. Want naast de ‘geworpenheid’ van het Dasein zelf (het geworpen zijn), werden de Sovjetburgers ook geworpen in een ruimte. Een theorie heeft ook altijd effect op een bepaalde ruimte. Alleen de naasten worden door een theorie beïnvloed. Zelfs als alleen Rusland deze theorie aanhoudt, worden de post-Sovjetstaten wederom beïnvloed.

De stemming komt van het verleden en ons begrip vanuit de toekomst, dat meldt Wollan ons. Door naar de russificatie te hebben gekeken weten we wat de stemming nu is. De politieke theorie voor de toekomst geeft ons begrip aan deze stemming.

 

Literatuur

1 Wollan, G. 2003. Heidegger’s philosophy of space and place.  Norwegian Journal of Geography, 2003, Vol. 57, p. 35

2 Heidegger, M. 1927. Zijn en Tijd. Uitgeverij Sun, Nijmegen. Tweede druk 2013

3 Dugin, A. 2012 The Fourth Politcal Theory. Arktos. London.

4 Sloterdijk, P. 2012 Nearness and Da-sein: The Spatiality of Being and Time. Theory, Culture & Society, 2012, Vol 29, p. 37

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s