גטו ורשה warszawskie getto

In september 1939, als gevolg van een geheim verdrag (Ribetrop-Molotov), wordt Polen (slechts twintig jaar na het heroveren van de onafhankelijkheid) verdeeld tussen twee buurlanden (Zamoyski; 357). De Duitsers bezetten een kleine 50 procent van de Poolse vooroorlogse gebieden. Joden vormen naar schattingen tien procent van de bevolking van Polen (Kirshenblatt; 296).
De Gouverneur Generaal Hans Frank roept direct na zijn aanstelling een paar verordeningen in het leven.
De Joodse bevolking:
– wordt verboden zijn vaste verblijfplaats te verlaten of te reizen zonder een speciale vergunning
– is verplicht een armband te dragen met de Davidster
– wordt onteigend
– wordt verondersteld verplichte arbeid te verrichten
Deze en nog meer verordeningen worden aangevuld door een anti – Joods laster propaganda: de Duitsers willen hiermee bereiken dat de Poolse bevolking zich tegen de Joodse keert. Het vermeende verspreiding van de ziektes door de Joden is hier een emblematisch voorbeeld van; het zal ook één van de voorwendsels zijn om de getto’s op te richten.
Getto is een door muren omsingelde, bewaakte, afgesloten gebied. Het dient niet alleen tot isolatie van de Joodse bevolking, maar is in vele gevallen ook een tussenstation onderweg naar een concentratiekamp voor de gedeporteerden uit andere steden of landen.

Het dagelijkse leven binnen de getto van Warschau wordt overschaduwd door drie geesten: honger, ziekte (tyfus) en de dood.
Het in de getto geldende rantsoenering systeem: Per persoon mag er 2.5 kg bruin brood per maand worden aangeschaft en kleine hoeveelheden bloem, suiker, aardappels en marmelade. Duidelijk niet toereikend. Sommigen kunnen enigszins beroep doen op de vooroorlogse voorraden, hoewel het slechts een kleine minderheid van de welgestelden betreft. Tot de meest getroffenen behoren de gedeporteerden.
Het vinden van werk is praktisch onmogelijk. Het illegale werk bloeit. Men vervaardigt van alles: slippers, kleding, gereedschap, speelgoed, decoratie…..De goederen worden (hoofdzakelijk door kinderen) naar buiten gesmokkeld in ruil voor levensmiddelen. Enkele gelukkigen vinden werk in de speciale arbeidsplaatsen (szopy), waar bijvoorbeeld kleiding voor het leger w vervaardigd.

Het kleine gebied van de Ghetto is overbewolkt. Kleine vertrekken worden door meerdere families tegelijk bewoond. De abominabele woonsituatie, schaarste aan voedsel en de medicijnen leidt tot honger, uitbraak van ziektes en massale sterfte.

Omdat de Duitse bezetters alle Joodse scholen hadden gesloten, wordt het onderwijs clandestien gegeven. De kinderen volgen privélessen maar studeren ook graag individueel.
Het rijke en gevarieerde culturele leven van de getto van Warschau moet worden gezien als een vorm van protest tegen degradatie. Enkele theaters verzorgen tientallen premières gedurende twintig maanden van hun bestaan. Een professionele orkest voert twee keer per week symfonieën van Schubert, Mozart of Tsjaikovski (uitvoeringen van de Duitse componisten zijn voor de Joden echter verboden).

Op 22 juli 1942 de Duitsers beginnen aan de grootschalige deportatie. Dagelijks worden er honderden mensen getransporteerd naar de vernietigingskamp in Treblinka. In september 1942 van de enkele honderden duizenden oorspronkelijke bewoners zijn er nog maar honderd duizend over. Van de Duitsers mogen er slechts dertig duizend van blijven (uiteindelijk zijn het her twee keer zo veel).

Twee dingen zijn duidelijk geworden voor degenen die in het getto na de deportatie werden achtergelaten: dat de deportatie dood tot gevolg heeft en dat de volgende deportaties snel zullen volgen. Dit zorgt voor een verzwakking van de hoop van de bewoners. De dood is immers nabij en de tijd is beperkt. Vele formele en informele relaties worden gevormd en de morele normen worden versoepeld. De ondergrondse organisaties verenigen zich. Dit leidt tot de Opstand van de Getto in Januari 1943 onder de leiding van Mordechai Anielewicz. Een opstand die, ondanks het maandenlange heldhaftige optreden van molotov – coctails en pistolen tegen de tanks en kalashnikovs, gedoemd is tot een fiasco.

Op 16 Mei 1943 steken de Duitsers de Synagoge on Tłomackie in brand: een symbolische einde van de opstand……Wie niet doodgeschoten werd of levend in brand gestoken gedurende de opstand, wordt naar Treblinka gedeporteerd…..

לזכרו…
…… ku pamięci …..
…ter nagedachtenis…

Bibliografie
Kirshenblatt – Giblett, B; Polonsky, A.; “Polin 1000 Year History of Polish Jews”; The
Association of the Jewish Historical Insitute of Poland; Warsaw
Zamoyski, A; “The Polish way: a thousand – year of the Poles and their Culture”; John
Murray Publishers; London

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s