De Russische revolutie en de rol van de mir

Voor de socialistische bewegingen, zoals ze in de negentiende eeuw ontstonden, was het industriële proletariaat de grote hoofdrolspeler. Toch vond de eerste socialistische revolutie plaats in een natie van boeren. In Rusland werkte begin twintigste eeuw tachtig procent van de bevolking op het land (Kingston-Mann, 2008). Kenmerkend was dat deze boerensamenleving veelal georganiseerd was in communes, ook wel mir of obsjtsjina genoemd. Hierin was het land gezamenlijk eigendom (Malamoud, 2013). Het mir-systeem vertoonde opvallende overeenkomsten met socialistische idealen als egalitarisme en gedeeld bezit van hulpbronnen. Werd er in 1917, toen de revolutie werkelijkheid werd, ook gebruik gemaakt van dit wijdverspreid aanwezige ‘communistische model’? Dit artikel beschrijft de rol van de mir bij het opbouwen van een socialistische samenleving in Rusland.

In de negentiende eeuw hadden nationalisten en romantici uit binnen- en buitenland de mir herontdekt. Ook veel socialisten prezen het communesysteem als egalitair en onaangetast door individualisme (Adamovsky, 2003). Voor Herzen bijvoorbeeld, een van de belangrijkste figuren in het vroege Russische socialisme, was de mir een model waarop de hele socialistische samenleving gebaseerd kon worden (Adamovsky, 2003; Malamoud, 2013). De narodnichestvo-beweging van eind negentiende eeuw had gelijksoortige ideeën. In Rusland kon, anders dan West-Europa, de fase van industrie en kapitalisme worden overslagen: de agrarische communes zouden het land direct naar een socialistische toekomst leiden (Malamoud, 2013; Rempel, 2006).

Het mir-systeem was overigens minder egalitair dan vaak werd beweerd. Op sommige plekken werd land regelmatig herverdeeld op basis van de grootte van huishoudens (Malamoud, 2013), maar in andere regio’s was landeigendom erfelijk (Smith, 2011). De commune steunde families die het tijdelijk moeilijk hadden (Smith, 2011), maar rijke boeren hadden vaak de meeste invloed op de beslissingen (Kingston-Mann, 2008). Rond 1900 waren de agrarische communes bovendien aan het veranderen. In 1906 voerde de staat, in reactie op grootschalige opstanden van communes die meer land eisten, maatregelen in om de macht van de mir te beperken (Malamoud, 2013). De communes boden echter veel weerstand. In de onzekere tijden rond de eerste wereldoorlog keerden ook veel boeren, die zelfstandig waren geworden, naar hun mir terug (Kingston-Mann, 2008). Ten tijde van de revolutie was het overgrote deel van de Russische boeren nog altijd deel van een commune (Kingston-Mann, 2008).

In de jaren voor 1917 zagen de meeste Russische socialisten toch geen grote rol voor boeren in de revolutie (Kimball, 1973; Kingston-Mann, 2008). De activisten waren sterk gericht op het internationale socialisme, dat een revolutie van industriële arbeiders voorschreef (Kimball, 1973). Velen vonden ook dat het communesysteem de modernisering van het platteland blokkeerde (Kingston-Mann, 2008; Malamoud, 2013). Als de mir al een rol zou krijgen in de nieuwe samenleving, zou hij sterk aan westers-socialistische idealen aangepast moeten worden (Kimball, 1973). Ook de Bolsjewieken hadden weinig aandacht voor de revolutionaire potentie van boeren – Lenin kwam aan de macht als leider van een arbeiders- en militairenbeweging, geen boerenopstand (Kingston-Mann, 2008). De mir was voor de Bolsjewieken een reactionair, burgerlijk systeem. Het was teveel vergroeid met het oude regime om als voorbeeld te kunnen dienen (Kingston-Mann, 2008).

Toch hebben de boerencommunes aanzienlijk bijgedragen aan de machtsovername door de Bolsjewieken. Ze steunden de revolutionairen, omdat die landhervormingen beloofden (Kingston-Mann, 2008). Grootschalige landverdelingen kwamen er nooit, maar de communes wisten onder de Bolsjewieken veel land van grondbezitters over te nemen (Smith, 2011). Hierdoor versterkte de revolutie in de eerste jaren het mir-systeem. De communes werden ook onafhankelijker, doordat de nieuwe regering nog weinig controle over hen wist uit te oefenen (Smith, 2011).

De mir had echter zijn langste tijd gehad. Het nieuwe Sovjetregime tolereerde het systeem in de jaren twintig, maar leek zich ongemakkelijk te voelen bij de onafhankelijkheid van de communes (Kingston-Mann, 2008). Er werden agrarische Sovjets op het platteland geïnstalleerd, die boeren probeerden te overtuigen naar collectieve staatsboerderijen over te stappen. Ook werd geprobeerd arme boeren te organiseren om communes uit elkaar te drijven (Kingston-Mann, 2008). Uiteindelijk was het Stalin die voor het einde van de mir zou zorgen. Het systeem was voor hem te ouderwets, te kleinschalig om voldoende voedsel te produceren voor de rijzende Sovjetunie. In 1928 startte de gedwongen collectivisering (Kingston-Mann, 2008). De communes gingen definitief op in de grote collectieve boerderijen.

Ondanks zijn communistische trekken had de mir nauwelijks een rol gekregen bij het inrichten van een socialistisch Rusland. In 1917 droegen communes nog actief bij aan de revolutie. Maar de mir paste niet in het industriële ideaal van het internationale socialisme. De revolutionairen zagen in de communes weinig heil voor het bereiken van vernieuwing, verbonden als ze waren met de oude orde. De mir werd eerder getolereerd dan gewaardeerd, en moest uiteindelijk het veld ruimen.

Referenties

Adamovsky, E. (2003). Russia as a space of hope: Nineteenth-century French challenges to the liberal image of Russia. European History Quarterly, 33(4), 411-449.

Kimball, A. (1973). The First International and the Russian Obshchina. Slavic Review, 32(3), 491-514.

Kingston-Mann, E. (2008). Transforming peasants in the twentieth century: Dilemmas of Russian, Soviet and post-Soviet development. In: Suny, R. (Ed.), The Cambridge History of Russia (pp. 411-424). Cambridge University Press.

Malamoud, C. (2013). “Mir”. In Apter, E., Rendall, S. & Cassin, B. (Eds.), Dictionary of untranslatables: a philosophical lexicon (pp. 678-680). Princeton University Press.

Rempel, G. (2006). Narodnichestvo (To the People Movement). Collegetekst, Western New England College. Opgehaald van http://www.ctevans.net/Nvcc/HIS241/Documents/Rempelnarodnichestvo.pdf

Smith, S. A. (2011). ‘Moral Economy’ and Peasant Revolution in Russia: 1861–1918. Revolutionary Russia, 24(2), 143-171.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s