De goedaardige Dubrava…

Over de etymologie van de naam Dubrava bestaan diverse uiteenlopende theorieën. Thietmar verwijst in deze context naar het slavische betekende van het woord: de goede of de goedaardige. Vele kroniekschrijvers richten hun aandacht op de eerste vorstin van de gekerstende Polen en presenteren uiteenlopende beschrijvingen. Men zou zich afvragen of “het goedaardige” van haar naam aansluit bij haar persoonlijkheid en haar intenties.
Gall Anonim besteedt geringe aandacht aan de vorstin in zijn kroniek. Jan Dlugosz – iets meer. Beide kroniekschrijvers zijn er over eens dat de Boheemse prinses niet met Mieszko wilde trouwen voordat hij het niet-christelijke geloof zou afzweren en zich liet kerstenen. Dlugosz voegt er echter nog aan toe, dat de Boheemse prinses, toen ze in Gniezno aan kwam, een maagd was (1), terwijl uit andere bronnen af te lezen valt dat Dabrówka al eerder met een Germaanse graaf getrouwd was geweest(2).(THIETMAR; BOEK V, 18).
Thietmar spreekt zijn lof over de Boheemse prinses uit vanwege haar niet geringe bijdrage aan de kerstening van Mieszko en de Polanen. De vorst zwoer immers zijn voormalige, niet christelijke, geloof hoofdzakelijk om strategische redenen. Hij zou daarom dikwijls naar de oude, niet christelijke, gewoontes en gebruiken grijpen (hij zou bijvoorbeeld de regels van het vasten schenden) en trachtte zijn echtgenote te verleiden om het zelfde te doen. Dubrava zou zijn vertrouwen en loyaliteit hebben ingewonnen door zich aanvankelijk, samen met haar echtgenoot, toeleggen op de afgodische praktijken. Het zou haar namelijk meer macht geven en het verspreiden van het christelijke geloof onder de Polanen op langere termijn vergemakkelijken. Thietmar ziet haar handelen dus niet als zondigen, maar als een opoffering voor nobele doeleinden.
Merkwaardig besteed Kosmas, haar landgenoot, maar een korte passage aan zijn vorstin ( passage dat niet echt lovend is). Hij beschrijft haar als een onbeschaamde vrouw op leeftijd, die zich voordeed als een jonge vrouw om met de jonge vorst te kunnen trouwen (Kosmas XXVII).
Uit het bovenstaande mag wel blijken, dat het vormen van een unanieme en objectieve mening over de persoonlijkheid en de intenties van de eerste Poolse vorstin niet zo eenvoudig is. Niet alleen omdat de bestaande bronnen schaars zijn, maar ook omdat diverse kroniekschrijvers aanzienlijke verschillen vertonen voor wat hun standpunt betreft. Wat wel zeker is, dat de verbintenis van de Boheemse vorstin de vorst van de Polanen een bondgenootschap bezegelde tussen de twee volken en een solide basis legde aan het verspreiden van de Christendom onder de Slavische volkeren.

Bibliografie
J. Dlugosz; „Roczniki czyli kroniki slawnego królestwa polskiego”
Kosmas ; „ Kronika Czechów”
Thietmar; „Thietmari Merseburgiensis episcopi chronicon”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s