De Oranjerevolutie: wat te doen?

In het begin van de jaren negentig overkwam de wereld “het grootste geopolitieke drama van de twintigste eeuw”, want toen viel de Sovjet-Unie uiteen. Althans, dat is de mening van Poetin (BBC 2005), maar het is de vraag of anderen het daar mee eens zijn. Het einde van de Sovjet-Unie betekende namelijk ook de ongekende mogelijkheden van anderen. Doordat de supermacht uiteen viel konden voormalige lidstaten eindelijk de nationale ambities nastreven die ze al een lange tijd koesterden (Caljé en Hollander 2011: 551-569). Dat leidde ertoe dat het Oekraïense parlement zich op 24 augustus 1991 onafhankelijk verklaarde. Daarop volgde de eerste democratische presidentsverkiezingen van een nieuw en energiek land. De viering van onafhankelijkheid en democratie behoorde alweer tot een ver verleden toen het in 2004 misging. Naast dat er bij de verkiezingen fraude was gepleegd, bleek het land ook nog eens verdeeld te zijn in twee kampen. Dit vormde een scheidslijn die door de hele samenleving trok (Kuzio 2005). Maar wat waren deze twee kampen en wie waren hun leiders?

Na de val van de Sovjet-Unie en de opbouw van een democratisch Oekraïne werd er op een gegeven moment afgevraagd welke kant het met het land op moest gaan (ibid). Tijdens de presidentsverkiezingen van 2004 kwamen er twee krachtige kandidaten naar voren die daar een antwoord op gaven: Viktor Joesjtsjenko en Viktor Janoekovytsj streden met elkaar om de titel van president. Beiden waren van een nationalistische stempel en wensten een sterk en krachtig Oekraïne (Kuzio 2010), maar ze hadden een andere visie over het buitenlandse beleid. Oekraïne had zich in de jaren na de Sovjet-Unie ontwikkeld tot een sterke economie (Åslund 2009: 151 – 174). Om die ontwikkeling hoog te houden besloten sommigen dat het verstandig zou zijn om een nauwe samenwerking met de Europese Unie aan te gaan. Onder deze mensen bevond Joestsjenko zich. Hij dacht dat zijn land het meeste was gebaat bij een open markt en een goede relatie met de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (ibid). Daarnaast streefde hij veel van de democratische waarden en normen na die in het westen van Europa al een langere tijd zegevierden. Zijn visie was dus een democratisch nationalisme waarbij Oekraïne groot en sterk zou worden door middel van een samenwerking met het westen (Kuzio 2005).

Daartegenover stond Janoekovitsj, die een hele andere mening was toegedaan. Hij moest niets hebben van het westerse sentiment van zijn tegenstander en pleitte voor een alternatief: Oekraïne zou geen toenadering zoeken tot Europa, maar haar geluk zoek in het oosten. Volgens hem moest Oekraïne een sterk economisch bondgenootschap opbouwen met Rusland. Om dit te bereiken dienden de relaties met Europa op economisch vlak af te worden afgebroken. Daarnaast droeg hij persoonlijk een veel minder westers beeld uit dan zijn tegenstander Joestsjenko. Zo spreekt hij zelf Russisch als moedertaal en toont hij een voorkeur voor de Russische cultuur boven die van Europa (ibid). Dit heeft ervoor gezorgd dat hij voornamelijk de steun had van de Russisch sprekende bevolking in Oekraïne, die veelal in het oosten van het land leven. Dit is in contrast met het westen waar Joestsjenko zijn meeste steun had (ibid).

De presidentsverkiezingen van 2004 hebben in Oekraïne niet alleen een heftige discussie los laten barsten omtrent de toekomst van het land, maar hebben Oekraïne ook opgedeeld in twee verschillende kampen. Welke twee kampen waren dit? Aan de ene kant was er onder leiding van Joestsjenko een groep gevormd die voor een nauwere economische samenwerking met de Europese Unie pleitte. Deze groep stond in de verkiezingen tegenover de partij van Janoekovitsj. Zij zagen geen heil in de banden met Europa en pleitten voor een toenadering tot Rusland. Hoewel de presidentsverkiezingen van 2004 deze vlam hebben doen ontsteken, is het conflict van vandaag de dag er niet minder op gaan branden. Nog steeds is Oekraïne verdeeld en zijn de burgers het er niet met elkaar over eens: waar moet het met het land naartoe?

Literatuur:

Åslund, A. (2009). “How Ukraine became a market economy and democracy”, Peterson Institute.

BBC (2005). “Putin deplores collapse of USSR”, http://news.bbc.co.uk/2/hi/4480745.stm.

Caljé, P. en Hollander, J. (2011). “De lange twintigste eeuw: van 1870 tot heden”, Antwerpen: Spectrum.

Kuzio, T. (2005). “From Kuchma to Yushchenko Ukraine’s 2004 presidential elections and the Orange revolution”, Problems of Post-Communism 52 (2), 29-44.

Kuzio, T. (2010). “Nationalism, identity and civil society in Ukraine: Understanding the Orange Revolution”, Communist and Post-Communist Studies 43 (3), 285-296.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s