Lech, Czech i….Niemiec

Op een wat frissere, regenachtige zomerdag in Warschau begaf ik mij naar een boekhandel. “Zrób sobie raj” luidde de titel van het boek dat op een gegeven moment mijn aandacht trok. De uitgebreide paratekst schetste de profiel van de auteur, Mariusz Szczygieł – een Tsjechofiel die in de meerderheid van zijn literaire productie Tsjechische Republiek de hemel in prijst. Szczygieł zegt vaak: “Polen!, kijk naar onze zuidelijke buren – de Tsjechen – naar hun manier van leven….neem er voorbeeld van”…

“Kiedyś jeden znajomy [Czech] zapytał: powiedz, za czym wy, Polacy, tak gonicie? Ciągle szybciej, więcej, ciągle nie na swoim miejscu. Zacytował mi nawet Balzaka, ponoć powiedział to czy napisał, że jeśli pokazać Polakowi przepaść, to skoczy w nią od razu. I coś w tym jest, że my tak strasznie nerwowo szukamy… świętego spokoju” [1]
Ongetwijfeld bevat de redevoering van Szczygieł veel zinnige argumenten. Laten we een simpel, maar o zo alomtegenwoordig, voorbeeld noemen van het nationale volkslied. Bij de Polen wordt er steeds gemarcheerd en gestreden, er worden standaarden gedragen, veroverd en verbrand; dit alles vloeit voort uit de alomtegenwoordige nationale dramaturgie…..De Tsjechische volkslied prijst het idyllische landschap van het land…..Is de Poolse mentaliteit echter zo enorm verwijderd van die van de Tsjechen? Laten wij in deze context een korte blik werpen naar sommige feiten m.b.t. de Duitstaligen binnen zowel Polen als Bohemen.
Ten eerste: hoe zijn zij bij ons terechtgekomen? De vestiging van de Germanen gaat terug naar de dertiende eeuw. Terwijl de Bohemen de Duitsers uitnodigden om hun zilvermijnen te runnen, wensten de Poolse vorsten de door Tartaren verwoeste gebieden te herbevolken, of de militaire steun te ontvangen tegen de niet christelijke volkeren waar zij last van ondervonden . Beide volken hebben de Duitsers dus uitgenodigd.
Voor wat de “germanisering” betreft. Bohemen komt na de slag van Wittenberg in de invloedssfeer van de Duitse taal; in Polen vind dat pas een anderhalve eeuw later plaats (de Poolse Delingen). In Bohemen wordt het Tsjechische taal langzaam maar zeker naar de achtergrond geschoven. Wie Duits spreekt heeft aanzien en status; voor de oer-Boheemse adelvertegenwoordigers is Duits voor vele jaren de moedertaal geworden. Hoewel er in de Pruisische Koninkrijk op een gegeven moment een zeer strenge germaniseringspolitiek gevoerd wordt, word er over het algemeen iets minder onder bezweken. De opkomst van de nationale geest, tegenstellingen tot de Duitstaligen en alle daarmee samenhangende episoden (zowel ten westen van de Weichsel als ten zuiden van de Tatra gebergte) vertonen echter aanzienlijk veel overeenkomsten. Zowel de Polen als de Tsjechen werpen zich in een fanatieke strijd tegen de “germanisering van de overheersers”. Hoe streng de taalpolitiek van de overheersers ook had moge zijn (dikwijls werd voor de Duitse taal gekozen uit de puur pragmatische overwegingen) beide volken gingen zich er, voeger of later, stevig tegen verzetten.
Ten slotte wordt, zowel in Polen als in Tsjechië, op een gegeven moment “afscheid genomen” van de duitstaligen (die er niet alleen op vreedzame manier terechtkwamen, maar ook – generatieslang – hun “thuis” hadden gevonden). Afgezien van alle socio-politieke motieven van het uitzetten van de Duitsers uit zowel Polen als Tsjecho – Slovakije, mag wel geconstateerd worden dat beide processen niet echt op een vreedzame manier zijn verlopen.

“Rzeczą, która mi imponuje u Czechów, jest zdolność do przebaczania grzechu. Chociaż w kraju, w którym większość narodu uważa, że Bóg nie ma wpływu na cokolwiek, chyba grzech nie istnieje?” [2]

In het licht van de Tsjechische moordpartijen en mishandelingen van de Duitse bevolking, die in 1945 plaatsvonden (die onder andere vergeldingsacties waren voor de gebeurtenissen in Lidice), zal de bovenvermelde citaat van Szczygieł behoorlijk cynisch klinken….
Even ter afsluiting. Mariusz Szczygieł vindt dat de Polen voorbeeld zouden moeten nemen van de Tsjechen. Ik deel in zijn mening, dat onze zuiderburen over een fijn stuk land, ruim duizendjaarlange geschiedenis – en wat daarmee samenhangt – een uitgebreide culturele erfgoed beschikken. Wie de geschiedenis van beide volken bestudeert, komt er achter dat zij van dezelfde voorvader afstammen maar op een gegeven moment, op het kruispunt der geschiedenis, een ander pad gingen bewandelen. Diverse (sociaal, politieke, geografische en vele andere)factoren hebben tot een ander verloop van de geschiedenis van beide volken geleid. Is het echter zo dat onder invloed der geschiedenis hun collectieve mentaliteit zo drastisch anders is geworden? De door mijn bovenvermelde feiten vormen maar een top van de ijsberg van argumenten die hiertegen aangevoerd kunnen worden. De stellingen van de heer Szczygieł over de vermeende superioriteit van de Tsjechen vind ik derhalve vrij overdreven.

Voetnoten:
[1] „Ooit werd ik door een kennis (een Tsjech) gevraagd: Wat jagen jullie zo onophoudelijk na? Telkens sneller, feller, nooit stabiel. Hij heeft zelfs Balzak geciteerd: je zou een Pool maar een ravijn moeten laten zien, en hij duikt er zo in. Een beetje gelijk heeft ie ook wel: wij zijn continu, zeer erratisch, op zoek naar ….rust”.
[2] „Ik ben onder indruk van De Tsjechen voor wat hun capaciteit betreft om een zonde te kunnen vergeven. Hoewel in een land, waarin de meerderheid van de bevolking van mening is dat de God nergens invloed op heeft, bestaat zoiets als zonde immers niet”?

Bibliografie:
Mostard. J.; „De Tsjechen vijftien eeuwen vrijheidsstrijd”; Kosmos; Amsterdam
Szczygieł. M; Wiki cytaty

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s