Konstantin Paustovsky: held of literaire kameleon?

Op 27 oktober schreef Frits Abrahams zijn in column in NRC Handelsblad over helden die onder vuur lagen.[1] Daarin kwam de Russische schrijver Konstantin Paustovsky (1892 – 1968) ter sprake.[2] Aanleiding was een discussie tussen Paustovsky’s vertaler Wim Hartog en journalist Frank Westerman over de houding van de schrijver tegenover het Sovjet-regime.Westerman had zich in zijn boek ‘Ingenieurs van de ziel’ kritisch uitgelaten over Paustovsky die ‘altijd buiten schot bleef en zich voor het Sovjet-gezag een loyaal schrijver betoonde’.[3]

Op de website van de Paustovsky-vereniging staat: ‘Al in de vroege jaren dertig […]uit Paustovsky felle kritiek. Na 1945 ijvert hij al dermate voor culturele dooi dat het hem onmogelijk wordt gemaakt de vervolgen op het eerste deel van zijn autobiografie te publiceren .’[4] Het lijkt een wat al te rooskleurige beschrijving. Uit het boek van Frank Westerman doemt een beeld op van een milde man die behoedzaam laverend binnen de door de overheid opgelegde socialistisch-realistische grenzen blijft.[5]

Roderic Pitty onderscheidt twee stromingen van critici onder Russische kunstenaars uit het Sovet-tijdperk.[6] De eerste groep leverde openlijk kritiek op het regime, zoals Solzjenitsin en Sacharov. Een tweede stroming, later omschreven als de ‘dissidenten van binnenuit’, speelde het spel mee, maar ontdoken de regels van de censuur waar mogelijk. Tot deze groep zou Paustovsky behoren.

Frank Westerman geeft toe dat de auteur begin 1936 nog openlijk durfde te ageren tegen de censuur, maar dat hij zich toen nog wel gedekt wist door Maxim Gorki, de hoogste culturele baas van de Sovjet-Unie.[7] Na diens dood houdt Paustovsky zich gedeisd en toont zich zelfs loyaal aan het regime. In mei 1945 draagt Paustovsky een overwinningsrede voor op de radio en in 1950 accepteert hij zelfs een opdracht van Stalin waar hij een luxueus appartement aan overhoudt.[8]

Het lijkt allemaal in schril contrast te staan met de heldhaftige houding die de Paustovsoky vereniging schetst. Pas onder Chroetsjov, als de regels enigszins worden losgelaten, laat Paustovsky meer kritische geluiden horen. In een artikel in 1958 wijst hij op de belangrijkste regel van Poesjkin: ‘Volg de weg vrij waar je vrije geest naar toe wil.’ Het was een opmerkelijke quote voor die tijd.[9]

New York Times journalist Harrison Salisbury beschrijft Paustovsky als een wat naïeve man die geloofde dat het goede het kwade zou overwinnen. Maar hij beschreef hem ook als iemand die opstond om jonge schrijvers te verdedigen die ondanks de dooi onder vuur kwamen te liggen. Dat was wel in 1959.

Dat is precies wat Westerman dwars zit: ‘Paustovsky wist lang buiten schot te blijven en ging pas kritiek leveren toen het regime minder star werd.’ In 1962, Pausrovsky was toen zeventig, ontving hij nog een belangrijke onderscheiding van de regering.

Nadat Chroetsjov in 1964 het veld moet ruimen, laat Paustovsky alle voorzichtigheid varen. Hij betuigt zijn steun aan dissidenten en ondertekent petities. Maar hij aanvaardt ook een bestuursfunctie bij de door bovenaf gecontroleerde Schrijversbond.

Paustovsky is nooit de barricaden op gegaan. Hij was een kameleon, een culturele overlever. Hij wist dat van zichzelf getuige een brief die hij schreef aan een veertienjarig neefje: ‘Onthoud dit, jongen: het is makkelijk de dood van een held te sterven, maar het is moeilijk als een held te leven.’[10]

[1] Frits Abrahams, ‘Kritiek op helden’, 27 oktober 2016 website NRC Handelsblad.

[2] Schrijver Konstantin Paustovsky werd geboren in het tsaristische Rusland, maakte de bolsjewistische revoluties mee, leefde onder de terreur van Stalin, ervoer de dooi onder Chroetsjov en overleed tijdens het bewind van Leonid Brezjnev. Hij publiceerde zijn eerste verhalen in 1991. ‘Geschiedenis van een leven’ is zijn zesdelige autobiografie die tussen 1970 – 1984 in de Privé-domein reeks van de Arbeiderspers is verschenen.[2]

Paustovsky heeft zijn hele leven in de Sovjet-Unie gewoond, is niet verbannen geweest en heeft nooit langdurig achter de tralies gezeten. Wel had hij op een bepaalde moeite een aantal werken te publiceren.

[3] Frank Westerman, Ingenieurs van de ziel (Amsterdam/Antwerpen 2002) .

[4] http://www.paustovskij.org/paustovskij.html.

[5] Terras, Victor, ‘The twentieth century: the era of socialist realism, 1925–53’, The Cambridge history of Russian literature 9 (1992) 458-519.

[6] Pitty, Roderic, ‘Imagining liberation: Russian critiques of stalinism’, Journal of Contemporary Central and Eastern Europe 17 (2009) af.1, 99-116.

[7] Westerman, Ingenieurs van de ziel , 178-179.

[8] Ibidem, 231.

[9] Harrison E. Salibury, ‘Through the tumult and the haw: The story of al life. By Konstantin Paustovksy’, New York Times (1964).

[10] Westerman, Ingenieurs van de ziel , 211.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s