Vrijheid van meningsuiting; Pussy Riot terecht veroordeeld?

Pussy Riot

Afgelopen oktober ging ik in Utrecht luisteren naar Pussy Riot. Na de arrestatie van enkele bandleden zijn ze misschien wel beroemder in de ‘Westerse’ wereld dan in Rusland zelf. In Rusland lijkt vooral de mening te overheersen dat de bandleden hun veroordeling aan zichzelf te wijten hebben. In samenwerking met Universiteit Utrecht was in TivoliVredenburg een gesprek georganiseerd met twee leden van deze rockband. Prof. dr. Rosi Braidotti ging in gesprek met Maria Alyokhina en Sasha Bogino over thema’s als activisme, de macht van de media en de kracht van kunst.

Pussy Riot is, vanuit feministische theorieën, in 2011 opgericht. “Een groep van ‘performance artists’, verenigd door afkeer van Poetins Rusland”.1 Oprichtster Nadja Tolokonnikova gaf eerder in Der Spiegel aan dat in Rusland het eeuwenoude stereotype overheerst dat vrouwen kinderen alleen opvoeden en niet met hun man. “De Russisch-orthodoxe kerk en Poetin cultiveren dat beeld”2

In 2012 bracht Pussy Riot haar protestlied ten uitvoer in de Christus Verlosserkathedraal in Moskou. Dit was volgens eigen zeggen een protestactie tegen de herverkiezing van president Poetin en de verwevenheid van de seculiere Russische staat en de orthodoxe kerk. De verstoring in de kathedraal was minimaal. Toen ze werden gevraagd om te vertrekken, zijn de vrouwen weggegaan. Ik ben geen jurist, maar ik vraag me af of de leden van Pussy Riot terecht zijn veroordeeld, of dat sprake was van een inperking van hun recht om hun mening te uiten.

Rusland heeft zich gebonden aan het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM). In artikel 10 staat het recht op vrije meningsuiting: ”Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen”.3

“Het uitgangspunt is [echter] dat rechten, en dus ook mensenrechten, over het algemeen niet absoluut zijn, in die zin dat de overheid ze te allen tijde volledig zou moeten respecteren”.4 Er zijn drie beperkingsgronden waarbij een overheid inbreuk zou kunnen maken op de vrijheid van meningsuiting.

Allereerst kan moraal een rechtvaardige beperkingsgrond zijn. De geschonden publieke moraal moet dan “een noodzakelijke cohesiekracht in de maatschappij” zijn.5 De aanklagers legden de leden van Pussy Riot ten laste dat zij substantiële schade hadden aangebracht aan de heilige waarden van de Russisch-orthodoxe kerk: “humiliated in a blasphemous way the age-old foundations of the Russian Orthodox Church”.6 Steven Lee Myers van de New York Times beschrijft in ‘De nieuwe tsaar’ dat Poetin de Russisch-orthodoxe kerk weliswaar weer tot steunpilaar van de Russische samenleving heeft gebombardeerd, maar ik vind het ongeloofwaardig dat een protestlied van een kunstenaarscollectief de cohesiekracht van de hele maatschappij zou ondermijnen.

Een tweede reden voor beperking is “voorkómen van aanstoot”.7 Veel Russisch-orthodoxe christenen waren vooral beledigd doordat het optreden had plaatsgevonden voor een iconostase, die de ruimte van het altaar afschermt. Het louter ergens niet mee eens zijn, is echter voor deze beperkingsgrond onvoldoende. “De verontwaardiging over het feit dat ergens bepaalde uitlatingen worden gedaan, kan evenmin relevante aanstoot opleveren”.8

De derde beperkingsgrond is tegengaan van schade. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen individuele en maatschappelijke schade. “Het verbod aan te zetten tot geweld vormt een duidelijk voorbeeld”.8 Volgens Amnesty International is “niet opgeroepen tot geweld, haat of discriminatie tegen aanhangers van de kerk, tegen Poetin of Poetins politieke aanhangers”.9

Rusland besloot echter tot een veroordeling voor “hooliganism motivated by religious hatred”.10 “Hooliganism” staat in het Russische Wetboek van strafrecht in artikel 213: “The flagrant violation of public order expressed by a clear disrespect for society”11. Twee jaar werkstraf werd opgelegd. Dit verbaasde mij, omdat in het Europese recht een proportionaliteitseis geldt waarbij een redelijke verhouding moet zijn tussen “inperking en legitiem doel”.12 De hoogte van deze straf vind ik dan ook in geen verhouding staan tot wat ze gedaan hebben.

De Russische staat heeft de twee leden van Pussy Riot veroordeeld, omdat zij de openbare orde zouden hebben geschonden met een respectloos optreden. Ik zie echter een groep activisten die volgens het EVRM recht hebben op een vrije meningsuiting en geen enkele van de drie beperkingsgronden is volgens mij van toepassing. Bovendien is een werkstraf van twee jaar in mijn ogen niet proportioneel.

De twee veroordeelde leden hebben een klacht ingediend bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Ik ben benieuwd…

1) Jeroen Hopster, ‘Hoe de Russische elite vleugels gaf aan de strijd van Pussy Riot’, NRC Handelsblad, 30 januari 2014, http://www.nrc.nl/nieuws/2014/01/30/hoe-de-russische-elite-vleugels-gaf-aan-de-strijd-1341292-a908963 (website geraadpleegd op 5 november 2016)

2) Jeroen Hopster, ‘Hoe de Russische elite vleugels gaf aan de strijd van Pussy Riot’, NRC Handelsblad, 30 januari 2014, http://www.nrc.nl/nieuws/2014/01/30/hoe-de-russische-elite-vleugels-gaf-aan-de-strijd-1341292-a908963 (website geraadpleegd op 5 november 2016)

3) Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 10, blz. 12

4) K. Henrard, Mensenrechten vanuit internationaal en nationaal perspectief, tweede druk 2008, Boom Juridische uitgevers Den Haag, blz. 195.

5) J. Aernout Nieuwenhuis, Over de grens van de vrijheid van meningsuiting, eerste druk 1997, Ars Aequi Libri Nijmegen, blz. 49

6) ‘Profile: the Pussy Riot case’,  RAPSI Russian Legal Information Agency, 20 augustus 2012, http://www.rapsinews.com/judicial_analyst/20120820/264341551-.html (website geraadpleegd op 10 november 2016)

7) J. Aernout Nieuwenhuis, Over de grens van de vrijheid van meningsuiting, eerste druk 1997, Ars Aequi Libri Nijmegen, blz. 51

8) J. Aernout Nieuwenhuis, Over de grens van de vrijheid van meningsuiting, eerste druk 1997, Ars Aequi Libri Nijmegen, blz. 52

9) Amnesty International, ‘Veel gestelde vragen over Pussy Riot’, http://www.amnesty.nl/pussyriot, (website geraadpleegd op 5 november 2016)

10) Ben Johnson, ‘Why Are Pussy Riot ‘s Alleged Crimes Called “Hooliganism”?’ Slate, 1 augustus 2012, http://www.slate.com/blogs/browbeat/2012/08/01/pussy_riot_on_trial_for_hooliganism_what_does_hooliganism_mean_in_russia_.html (website geraadpleegd op 6 november)

11) Lindsay Zoladz, ‘Pussy Riot’s Nadya Tolokonnikova and Masha Alyokhina’ Pitchfork, 10 april 2014, http://pitchfork.com/features/interview/9374-nadya-tolokonnikova-and-masha-alyokhina-of-pussy-riot/?utm_campaign=search&utm_medium=site&utm_source=sear (website geraadpleegd op 6 november 2016)

12) K. Henrard, Mensenrechten vanuit internationaal en nationaal perspectief, tweede druk 2008, Boom Juridische uitgevers Den Haag, blz. 199.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s