Het gijzeldrama van Beslan: keerpunt in Russische media

Op de eerste september van 2004 werd School Nummer Eén in Beslan opgeschrikt door een aanval van groep van tientallen gewapende terroristen. Beslan ligt in de Russische autonome republiek Noord-Ossetië, grenzend aan Tsjetsjenië. De aanval mondde uit in een gijzelingsdrama dat het leven kostte van 334 mensen, waaronder 186 kinderen.[1] De aanvallers waren grotendeels Tsjetsjeense strijders, gestuurd door Sjamil Basajev. Basajev was een Tsjetsjeense warlord en rebellenleider die streed tegen wat hij zag als de Russische bezetting van Tsjetsjenië. Op zijn bevel waren er in de voorgaande jaren al meerdere grote terroristische aanslagen gepleegd, waaronder de gijzeling in het Doebrovkatheater in Moskou. De berichtgeving over deze aanslagen, met name het gijzeldrama van Beslan, valt te plaatsen in de trend die onder president Poetin zichtbaar werd, namelijk een toenemend vanuit de staat controlerend element in de media.[2]

Zoals in college 10 van deze collegereeks door Sudha Rajagopalan werd verteld gebruikt een zeer groot aantal Russen de TV voor haar dagelijkse nieuwsbehoefte. Tv-gebruik is wijd verspreid in de de gehele Russische federatie, niet alleen in de grote steden. Dit maakt het een zeer krachtig medium voor de staat om te gebruiken voor haar doeleinden. Een van die doeleinden is iets dat door deze collegereeks heen steeds vaker naar voren kwam, namelijk het idee smeden van Rusland als eensgezinde supermacht zoals in de Sovjet-tijd. De periode tijdens en na een terroristische aanslag laat zich bij uitstek lenen voor het versterken van nationale eenheid.

De dag na het einde van het gijzeldrama in Beslan hield Poetin een toespraak in Vremia, het voornaamste avondnieuwsprogramma op Kanaal 1. Kanaal 1 is gaan fungeren als de officiële spreekbuis voor het Poetin-bewind. In de toespraak van vier september gebruikte Poetin retoriek die de jaren daarna steeds vaker gebruikt zouden worden. Hij sprak over Rusland als “een gigantisch land dat niet leek te passen binnen de moderne wereld, maar wiens kern was geconserveerd en versterkt door de post-Sovjet Russische Federatie”. Zo probeert Poetin de nationale eenheid te versterken door zich te beroepen op waarden uit en de kracht van de voormalige Sovjet-Unie.

Andere elementen die in de dagen na de gijzeling steeds terugkwamen op Vremia waren ook terug te leiden op he Sovjettijdperk. Met name de heroïek van de FSB-agenten en van individuele burgers die een heldendood waren gestorven werden erg benadrukt[3], wat doet denken aan de retoriek die werd gebruikt ten tijde van de strijd van de Sovjet-Unie tegen Nazi-Duitsland. Hieronder valt ook het demoniseren van die vijand, die met termen zoals barbaren en beesten werden omschreven. Een moderne toevoeging was de notie versterken van het internationale van de inslag in Beslan, door te benadrukken dat de terroristen uit Tsjetsjenië, Afghanistan en Dagestan kwamen met financiële steun vanuit internationale terroristische organisaties. Hiermee werd benadrukt dat er een buitenlandse macht was die de Russen en hun eenheid bedreigde. Niet alleen Poetin bediende zichzelf van dergelijke terminologie, maar ook de verslaggevers en de nieuwslezers deden dit. Verre van objectief sloegen de meeste media door in een soort vaderlandslievende nationalistisch retoriek die niets meer met journalistiek te maken had.

Sinds 2000 werd onder Poetin een sterk nationalistisch, staatsgeleide koers gevaren. In de tragedie van Beslan zag Poetin in bevestiging in de juistheid van zijn ingeslagen koers[4], hij moest het door de overgang van Sovjet-tijd naar de federatie verzwakte Rusland verdedigen tegen aanvallen van buitenaf en het land weer sterk maken. De terroristische aanslagen waarmee het land in die periode te kampen had gaven een extra impuls aan Poetins beleid, in een tijd waar mensen op zoek waren naar veiligheid en eensgezindheid. Dit gevoel probeerde Poetin te bieden door een beeld te creëren van Rusland die als een feniks uit de as van de Sovjet-Unie en de terroristisch aanslagen zou herrijzen. De door de staat gecontroleerde media droegen dit beeld na iedere aanslag in de periode van 1999-2004 steeds harder uit, waarvan Beslan de meest extreme uiting van ongegeneerd nationalisme was. Deze koers wordt door de staatstelevisie nog steeds bevaren, ondanks de opkomst van alternatieve media nog steeds een populair medium.

[1] Jennifer Hesterman, Soft target hardening, protecting people from attack, New York (2014)

[2] Stephen Hutchings en Natalia Rulyova, Television and culture in Putin’s Russia, (2009) 9-10

[3] Ibidem

[4] Dov Lynch, ‘The enemy is at the gate’: Russia after Beslan, geraadpleegd op 10 november http://www.jstor.org.proxy.uba.uva.nl:2048/stable/3569192?seq=3#page_scan_tab_contents

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s