Over de kelk die Europa verdeeld heeft…

Protestantse kerk vormt één van de drie hoofdstromingen van de christendom in Europa en is het resultaat van de reformatie die plaatsvond in West Europa aan het begin van de zestiende eeuw. De reformatie was het gevolg van de interne wrijvingen binnen de rooms-katholieke kerk. Aan de basis van de hervormingen stond de Duitse geestelijke Martin Luther. Wat de meeste onder ons echter niet beseffen, is dat het proces van de hervorming lang vóór de komst van Luther – in Centraal Europa – begonnen was.

Op een mooie, zonnige dag, in het Betlehemskapel in Praag, staat een jonge geestelijke te prediken voor duizenden gelovigen. Hij doet het nog niet zo lang maar weet zijn kapel wél vol te krijgen, omdat hij in het Tsjechisch predikt. Zijn naam is Jan Hus. In de tijd van zijn studie aan de Oxford Universiteit kwam hij in aanraking met de ideeën van de Engelse hervormingsgezinde – John Wyclif – waar Hus sterk door beïnvloed raakt. Hij zal voortaan voor de mis in Tsjechisch pleiten en voor de lekenkelk – dat wil zeggen de communie onder tweeërlei gedaanten (brood en wijn). Hij is tegen de simonie (verkoop van geestelijke ambten) en tegen betaling voor sacramenten. Zijn revolutionair optreden heeft veel repercussie binnen de christelijke wereld. De bisschop van Praag tracht hem van zijn positie af te zetten, maar Hus trekt zich er niet veel van aan en predikt verder: zijn missen groeien in populariteit en zelfs koning Vaclav woont die regelmatig bij. De Paus Benedictus XXII spreekt en interdict uit tegen Praag. Tijdens de Concilie van Konstanz, wordt Jan Hus in 1415 gevangen genomen en gemarteld. Vervolgens sterft hij als ketter op de brandstapel.

Na de dood van Hus breken er protesten uit onder de meerderheid van de Tsjechische adel. Dit heeft tot gevolg dat de ideeën van de martelaar door heel Bohemen opvolgers vinden. Er komt tot een gewelddadige breuk met Rome: de gilden nemen in de steden de macht over van de Duitse patriciaat die tegen de hervormingen is. Kloosters worden gesloten en hun bezittingen worden door de Hussietische adel in beslag genomen. De Revolutie is een feit. De paus roept de christenen op om tegen de ketters te gaan strijden. Gedurende de periode van 1420 tot 1430 verandert Bohemen in een slagveld. Hussieten verdrijven eerst de keizerlijke legers om vervolgens veldtochten naar o.a. Danzig, Berlijn of Neurenberg te ondernemen. Het lukt de “kruislegers” niet om het leger onder leiding van Jan Žižka te verslaan. Omdat de “kruistochten” mislukken en er komt steeds meer steun voor Hussieten, komt de rooms-katholieke kerk in 1421 met een voorstel tot compromis (Concilie van Bazel). Als van de compromis (de Bazel Compactaten) worden de Tsjechen gezuiverd van de blaam van de ketters, liturgie in het Tsjechisch wordt toegestaan, de lekenkelk wordt ingevoerd en de bezittingen van de kloosters worden geconfisqueerd. Ook al blijft de Tsjechische kerk, schijnbaar, trouw aan Rome, is er min of meer sprake van de eerste protestantse kerk in de wereld.

Zo zien we dat de onrust binnen de rooms-katholieke kerk, daarmee samenhangende revolutionaire bewegingen en, als gevolg daarvan, het ontstaan van de eerste hervormde kerk, geschiedde ruim honderd jaar voordat Martin Luther zijn beroemde 95 Stellingen (die ten dele gebaseerd zijn op de ideeën van Hus) op de deur van de slotkerk te Wittenberg plaatste.

Advertenties

Nationalisme in Tsjechië door de bril van Miroslav Hroch

De Tsjechische historicus en politiek theoreticus Miroslav Hroch heeft in zijn werk een methode aangereikt om nationalisme en natievorming te kunnen bestuderen. De drie Fases van Natievorming die hij beschrijft zijn niet alleen van toepassing op Tsjechië maar op eigenlijk alle Europese staten. Bij de eerste fase zijn intellectuelen heel belangrijk; zij construeren de basis van een nationale identiteit door op zoek te gaan naar de nationale taal, cultuur, en geschiedenis. Paradoxaal genoeg was deze trend in heel Europa te zien; nationalisme was dus tamelijk internationaal. Deze trend was ontstaan door de Filosoof Herder die beschreef dat elke cultuur even waardevol was en ook in zijn eigen waarde beschreven moest worden. Dit vormde de inspiratie voor intellectuelen om op zoek te gaan naar de eigen taal en cultuur. deze fase wordt door Hroch gezien als fase A.

in fase B vindt de politisering van de beweging plaats; dit wil zeggen dat de nationale identiteit die geconstrueerd is door de wetenschappen, die puur als doel heeft om de geconstrueerde identiteit te verkopen aan de ‘nationale bevolking’. hierbij moet gedacht worden aan educatie in de ‘eigen’ taal. Bovendien werd er ook in de kunst en literatuur steeds meer aandacht besteed aan de volkstaal en cultuur. Als de bevolking de in fase A geconstrueerde identiteit eigen heeft gemaakt is het tijd voor de laatste fase.

In fase C ontstaat er een volwassen sociale beweging die in alle gebieden van de samenleving gaat opereren. Er ontstaat een brede bewegingen met een goede administratie waarbij zowel liberalen, conservatieven  het vormen van een staat met de groep waar de nationale identiteit mee wordt gedeeld.

Ook in Tsjechië vond de ontdekking naar een ‘eigen’ nationale identiteit plaats. In de 19e eeuw kwamen steeds meer uitingen van nationale cultuur die passen in een bredere Europese traditie. Op muzikaal gebied is de componist Antonín Leopold Dvořák. In de werken van Dvořák zitten niet alleen Tsjechische volksmotieven verwerkt maar ook Slavische motieven. Dit laat zien dat het panslavisme ook in Tsjechië invloed had. Dvořák heeft behalve een Tsjechische suite; ook verschillende Slavische dansen gecomponeerd. Dit alles is voorgegaan door een grote interesse voor de Tsjechische taal, geschiedenis (Palacký). componisten als Dvořák en Smetana konden putten uit de identiteit die was geconstrueerd door verschillende intellectuelen.

Het is goed om bewustwording te creëren dat nationale identiteit een construct is die ook op vervalsingen gebaseerd kan zijn. in het geval van Tsjechië blijkt dat in de zoektocht naar oude Tsjechische teksten de nodige manuscripten zijn vervalst. toch zijn deze teksten ook nu nog zeer interessant om te onderzoeken, omdat ze toch hun invloed hebben gehad op het ontwikkelen van een Tsjechische identiteit.

Lech, Czech i….Niemiec

Op een wat frissere, regenachtige zomerdag in Warschau begaf ik mij naar een boekhandel. “Zrób sobie raj” luidde de titel van het boek dat op een gegeven moment mijn aandacht trok. De uitgebreide paratekst schetste de profiel van de auteur, Mariusz Szczygieł – een Tsjechofiel die in de meerderheid van zijn literaire productie Tsjechische Republiek de hemel in prijst. Szczygieł zegt vaak: “Polen!, kijk naar onze zuidelijke buren – de Tsjechen – naar hun manier van leven….neem er voorbeeld van”…

“Kiedyś jeden znajomy [Czech] zapytał: powiedz, za czym wy, Polacy, tak gonicie? Ciągle szybciej, więcej, ciągle nie na swoim miejscu. Zacytował mi nawet Balzaka, ponoć powiedział to czy napisał, że jeśli pokazać Polakowi przepaść, to skoczy w nią od razu. I coś w tym jest, że my tak strasznie nerwowo szukamy… świętego spokoju” [1]
Ongetwijfeld bevat de redevoering van Szczygieł veel zinnige argumenten. Laten we een simpel, maar o zo alomtegenwoordig, voorbeeld noemen van het nationale volkslied. Bij de Polen wordt er steeds gemarcheerd en gestreden, er worden standaarden gedragen, veroverd en verbrand; dit alles vloeit voort uit de alomtegenwoordige nationale dramaturgie…..De Tsjechische volkslied prijst het idyllische landschap van het land…..Is de Poolse mentaliteit echter zo enorm verwijderd van die van de Tsjechen? Laten wij in deze context een korte blik werpen naar sommige feiten m.b.t. de Duitstaligen binnen zowel Polen als Bohemen.
Ten eerste: hoe zijn zij bij ons terechtgekomen? De vestiging van de Germanen gaat terug naar de dertiende eeuw. Terwijl de Bohemen de Duitsers uitnodigden om hun zilvermijnen te runnen, wensten de Poolse vorsten de door Tartaren verwoeste gebieden te herbevolken, of de militaire steun te ontvangen tegen de niet christelijke volkeren waar zij last van ondervonden . Beide volken hebben de Duitsers dus uitgenodigd.
Voor wat de “germanisering” betreft. Bohemen komt na de slag van Wittenberg in de invloedssfeer van de Duitse taal; in Polen vind dat pas een anderhalve eeuw later plaats (de Poolse Delingen). In Bohemen wordt het Tsjechische taal langzaam maar zeker naar de achtergrond geschoven. Wie Duits spreekt heeft aanzien en status; voor de oer-Boheemse adelvertegenwoordigers is Duits voor vele jaren de moedertaal geworden. Hoewel er in de Pruisische Koninkrijk op een gegeven moment een zeer strenge germaniseringspolitiek gevoerd wordt, word er over het algemeen iets minder onder bezweken. De opkomst van de nationale geest, tegenstellingen tot de Duitstaligen en alle daarmee samenhangende episoden (zowel ten westen van de Weichsel als ten zuiden van de Tatra gebergte) vertonen echter aanzienlijk veel overeenkomsten. Zowel de Polen als de Tsjechen werpen zich in een fanatieke strijd tegen de “germanisering van de overheersers”. Hoe streng de taalpolitiek van de overheersers ook had moge zijn (dikwijls werd voor de Duitse taal gekozen uit de puur pragmatische overwegingen) beide volken gingen zich er, voeger of later, stevig tegen verzetten.
Ten slotte wordt, zowel in Polen als in Tsjechië, op een gegeven moment “afscheid genomen” van de duitstaligen (die er niet alleen op vreedzame manier terechtkwamen, maar ook – generatieslang – hun “thuis” hadden gevonden). Afgezien van alle socio-politieke motieven van het uitzetten van de Duitsers uit zowel Polen als Tsjecho – Slovakije, mag wel geconstateerd worden dat beide processen niet echt op een vreedzame manier zijn verlopen.

“Rzeczą, która mi imponuje u Czechów, jest zdolność do przebaczania grzechu. Chociaż w kraju, w którym większość narodu uważa, że Bóg nie ma wpływu na cokolwiek, chyba grzech nie istnieje?” [2]

In het licht van de Tsjechische moordpartijen en mishandelingen van de Duitse bevolking, die in 1945 plaatsvonden (die onder andere vergeldingsacties waren voor de gebeurtenissen in Lidice), zal de bovenvermelde citaat van Szczygieł behoorlijk cynisch klinken….
Even ter afsluiting. Mariusz Szczygieł vindt dat de Polen voorbeeld zouden moeten nemen van de Tsjechen. Ik deel in zijn mening, dat onze zuiderburen over een fijn stuk land, ruim duizendjaarlange geschiedenis – en wat daarmee samenhangt – een uitgebreide culturele erfgoed beschikken. Wie de geschiedenis van beide volken bestudeert, komt er achter dat zij van dezelfde voorvader afstammen maar op een gegeven moment, op het kruispunt der geschiedenis, een ander pad gingen bewandelen. Diverse (sociaal, politieke, geografische en vele andere)factoren hebben tot een ander verloop van de geschiedenis van beide volken geleid. Is het echter zo dat onder invloed der geschiedenis hun collectieve mentaliteit zo drastisch anders is geworden? De door mijn bovenvermelde feiten vormen maar een top van de ijsberg van argumenten die hiertegen aangevoerd kunnen worden. De stellingen van de heer Szczygieł over de vermeende superioriteit van de Tsjechen vind ik derhalve vrij overdreven.

Voetnoten:
[1] „Ooit werd ik door een kennis (een Tsjech) gevraagd: Wat jagen jullie zo onophoudelijk na? Telkens sneller, feller, nooit stabiel. Hij heeft zelfs Balzak geciteerd: je zou een Pool maar een ravijn moeten laten zien, en hij duikt er zo in. Een beetje gelijk heeft ie ook wel: wij zijn continu, zeer erratisch, op zoek naar ….rust”.
[2] „Ik ben onder indruk van De Tsjechen voor wat hun capaciteit betreft om een zonde te kunnen vergeven. Hoewel in een land, waarin de meerderheid van de bevolking van mening is dat de God nergens invloed op heeft, bestaat zoiets als zonde immers niet”?

Bibliografie:
Mostard. J.; „De Tsjechen vijftien eeuwen vrijheidsstrijd”; Kosmos; Amsterdam
Szczygieł. M; Wiki cytaty

Mikolaj Kopernik

Mikolaj Kopernik is geboren op 19 februari 1473 in Torún. Zoon van Mikolaj, de handelaar uit Krakow en moeder Barbara Watzenrode uit Torun.  De eerste school van kleine Mikolaj was dichtbij zijn ouderlijk huis. Het was een kerkschool waar hij de Latijnse taal, rekenen en zang heeft geleerd. Kopernik had nog een oudere broer Andrzej en twee zussen Barbara en Katarzyna. Kort voor de dood van zijn vader, in het jaar 1483, was de familie Kopernik verhuisd naar het herenhuis op de marktplein[1].

Lees verder

Leeuw van Lechistan

Nadat Michael I was gestorven in 1673, kreeg Polen een opmerkelijke vorst. De opvolger Jan III Sobieski was tot zijn dood de vorst van het Pools-Litouwse Gemenebest, grootvorst van Litouwen en koning van Polen. De Polen en de Ottomanen hebben samen een lange geschiedenis, vooral in Oekraïne. Sobieski was voornamelijk bekend van de overwinning op de Turken in het Beleg van Wenen. Door de overwinning werd hij door de Turken de “Leeuw van Lechistan” genoemd. Lech is een alternatieve benaming voor Polen[1]. Lees verder

Het Poolse onverwoestbare nationalisme?

‘It has been said that Poland is dead, exhausted, enslaved, but here is the proof of her life and triumph’

-Henryk Sienkiewicz

Polen heeft veel meegemaakt sinds 966, het jaar waarin Mieszko, de toenmalige hertog van Polen, zich liet omdopen tot het christendom en zo het christendom in Polen introduceerde. Tevens wordt dit jaartal gebruikt als stichtingsdatum van de Poolse staat. Polen heeft sindsdien meerdere transformaties meegemaakt. Lees verder

De nationalistische staatloze natie

 

Now my soul is incarnate in my country,

My body was swallowed her soul,

And I and my country are one.

My name is million, for I love and suffer for millions.

 -Adam Mickiewicz-

Polen is zoals velen weten een bijzonder Europees land, aangezien deze staat een lange tijd (1795-1918) van de landkaart was verdwenen. Lees verder